Uitspraak
Uitspraak van 2 mei 2017
[X] te [Z] , belanghebbende,
Aanslagen, beschikkingen, bezwaren en gedingen in eerste aanleg
Loop van de gedingen in hoger beroep
Vaststaande feiten
beiden:
- geen inkomen genieten.
- wel inkomen genieten. (…)
gezamenlijkin Nederland en/of in het buitenland:
[Hof: met pen bijgeschreven]= negatief zie bijlage/uitleg."
Omschrijving geschil in hoger beroep en standpunten van partijen
- a. de hoorplicht is geschonden;
- b. de Inspecteur wegens het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar een dwangsom als bedoeld in artikel 4:17, lid 1, Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), heeft verbeurd;
- c. de verliesvaststellingsbeschikkingen op de juiste bedragen zijn vastgesteld;
- d. (het saldo van) de te verrekenen verliezen op te lage bedragen zijn vastgesteld;
- e. het bedrag van de nog te verrekenen pga op te lage bedragen zijn vastgesteld;
- f. sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
- g. de Rechtbank ten aanzien van belanghebbendes beroepen met betrekking tot de jaren 2002 en 2003 ten onrechte heeft verzuimd de Inspecteur op te dragen het griffierecht aan belanghebbende te vergoeden; en of
- h. belanghebbende recht heeft op immateriële schadevergoeding.
Conclusies van partijen
Oordeel van de Rechtbank
De uitspraak op bezwaar
Hof: HR 15 oktober 2010, nr. 09/03033, ECLI:NL:HR:2010:BO0411] getrokken conclusies niet afdoen. [De Inspecteur] heeft het verzoek om kostenvergoeding in bezwaar dan ook terecht afgewezen. Het beroep van [belanghebbende] is op dit punt ongegrond.
Beoordeling van de hoger beroepen
Proceskosten en griffierecht
Beslissing
- bevestigt de uitspraken van de Rechtbank,
- gelast de griffier het in verband met de hoger beroepen betaalde griffierecht van (in totaal) € 369 aan belanghebbende terug te betalen, en
- wijst de ingediende verzoeken tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn betreffende de procedure voor het Hof af.
1. Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.
2. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:
- de naam en het adres van de indiener;
- de dagtekening;
- de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
- de gronden van het beroep in cassatie.