Uitspraak
Uitspraak d.d. 1 juni 2016
[X] te [Z] , belanghebbende,
Beschikking, aanslag, bezwaar en geding in eerste aanleg
Loop van het geding in hoger beroep
Vaststaande feiten
Oordeel van de rechtbank
Beoordeling van het geschil
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €570.000, en stelde dat vanwege manipulatie van de Euribor benchmark een correctie op de waarde moest worden toegepast. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, waarna de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat hij wel belang had bij het bezwaar omdat de WOZ-waarde invloed zou hebben op zijn inkomstenbelasting via een bijtelling. Het Hof oordeelde echter dat belanghebbende geen eigenaar is maar gebruiker van de woning en dat de bijtelling in de inkomstenbelasting niet op hem van toepassing is. De stelling dat de WOZ-waarde door Euribor-manipulatie te hoog zou zijn, zou zelfs als zij juist was, geen gevolgen voor belanghebbende hebben.
Het Hof concludeerde dat het bezwaar belanghebbende niet in een betere positie kan brengen en bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring en het ongegrond verklaren van het beroep. Een inhoudelijke behandeling van de correctie op de WOZ-waarde was daardoor niet aan de orde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.