ECLI:NL:GHARN:2012:BY9828
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vaderschap en gevolgen weigering DNA-onderzoek door moeder
De man is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Arnhem waarin zijn verzoek om toestemming tot erkenning van het kind, medeouderlijk gezag en een contactregeling werd afgewezen. De moeder heeft geweigerd mee te werken aan een door de rechtbank gelast DNA-onderzoek om het vaderschap van de man vast te stellen.
Het hof constateert dat de moeder en man beiden de Nederlandse nationaliteit hebben en dat Nederlands recht van toepassing is. De moeder erkent dat alleen DNA-onderzoek onomstotelijk kan vaststellen wie de biologische vader is, maar weigert dit vanwege de mogelijke negatieve gevolgen voor haar gezin en familiebanden. Hoewel de rechtbank uit de weigering concludeerde dat de man vermoedelijk de vader is, maakt het hof deze gevolgtrekking niet vanwege de belangen van het kind en het gezin.
Het hof oordeelt dat het niet is komen vast te staan dat de man de biologische vader is, waardoor erkenning, gezag en contactregeling niet kunnen worden toegewezen. Ook is de man niet in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind, wat vereist is voor een omgangsregeling. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep van de man af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank waarbij zijn verzoeken worden afgewezen.