ECLI:NL:GHARN:2012:BY1546
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot betaling prepensioenpremie zonder ministeriële verplichtstelling
In deze zaak staat centraal of het Protocol Onderhandelingsakkoord uit 2000 een geldige grondslag vormt voor het prepensioenfonds om premies te innen van werkgevers aangesloten bij TLN vanaf 1 januari 2002, zonder dat er op dat moment een ministeriële verplichtstelling was.
Het hof stelt vast dat het Protocol niet als CAO is aangemeld en dat de Wet CAO daarom niet van toepassing is. Wel is TLN bevoegd om haar leden te binden, waardoor appellante als lid van TLN gebonden kan zijn aan het Protocol. De tekst van het Protocol is niet eenduidig, maar het hof concludeert dat de partijen een bedrijfstakbrede premieheffing beoogden, die niet afhankelijk was van de ministeriële verplichtstelling.
De statuten van het prepensioenfonds bepalen dat alleen aangesloten werkgevers premies verschuldigd zijn, waarbij aansluiting formeel plaatsvindt na de ministeriële verplichtstelling. Het hof vult de leemte in de regeling aan met redelijkheid en billijkheid en oordeelt dat het risico van het tijdsverschil tussen inwerkingtreding van de regeling en verplichtstelling bij de protocolsluitende partijen ligt. Appellante wordt daarom geacht premieplichtig te zijn vanaf 1 januari 2002.
Het hof verwerpt de beroepen op verjaring, rechtsverwerking en afstand van recht en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter. Appellante wordt veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellante tot betaling van de premies vanaf 1 januari 2002 met kostenveroordeling.