ECLI:NL:HR:2011:BR0635
Hoge Raad
- Wraking
- G.J.M. Corstens
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot wraking na uitspraak in hoofdzaak
In deze zaak heeft verzoeker beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Na de aankondiging van de datum van de uitspraak en de benoeming van de raadsheren die het arrest zouden wijzen, heeft verzoeker een verzoek tot wraking ingediend tegen deze raadsheren en de waarnemend griffier.
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het verzoek tot wraking niet ontvankelijk is omdat het verzoek pas na de uitspraak in de hoofdzaak is gedaan. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om wraking te verzoeken nadat de uitspraak is gedaan.
De beslissing is genomen door de president en twee raadsheren van de Hoge Raad en is in het openbaar uitgesproken. Het verzoek tot wraking is daarmee afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Verzoek tot wraking is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de uitspraak in de hoofdzaak is ingediend.