ECLI:NL:GHARN:2011:BT6903
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid en correctheid winstcorrectie in hoger beroep vennootschapsbelasting 2000
Belanghebbende, een fiscale eenheid bestaande uit meerdere BV's, werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over 2000, waarbij correcties werden toegepast op de winst, waaronder doorbelaste kosten van XE BV. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die het beroep gegrond verklaarde en de aanslag verminderde, stelde belanghebbende hoger beroep in tegen de correctie van een bedrag van ƒ 468.339,54.
De Inspecteur stelde zich op het standpunt dat het beroep niet-ontvankelijk was wegens overschrijding van de beroepstermijn, terwijl belanghebbende betoogde dat verwarring door de Belastingdienst omtrent de uitspraak op bezwaar een verschoonbare termijnoverschrijding opleverde. Het Hof oordeelde dat de brief van 16 november 2007, die geen nieuw vastgesteld bedrag van de aanslag bevatte, verwarring kon oproepen, ook bij een fiscaal deskundige, en verklaarde het beroep ontvankelijk.
Ten aanzien van de inhoudelijke correctie stelde belanghebbende dat de doorbelaste kosten van XE BV reeds waren geëlimineerd in de consolidatie, maar kon dit niet aannemelijk maken. Het Hof volgde de rechtbank in haar oordeel dat de correctie terecht was toegepast omdat de omzet van XE BV niet was meegeconsolideerd. Het Hof verklaarde het hoger beroep en het incidentele hoger beroep van de Inspecteur ongegrond en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het hoger beroep en het incidentele hoger beroep worden ongegrond verklaard en de Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.