ECLI:NL:GHARN:2011:BS1086
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geschil tussen WAM-verzekeraars over aansprakelijkheid en schadevergoeding na verkeersongeval
In deze civiele zaak staat een geschil tussen twee WAM-verzekeraars, London Verzekeringen N.V. en R.V.S. Schadeverzekering N.V., centraal over wie de schade moet vergoeden na een verkeersongeval op 2 juli 2004. Het ongeval vond plaats op dezelfde dag dat de verzekering van het motorrijtuig overging van London naar RVS, waarbij de registratie van de verzekering bij de Dienst Wegverkeer een cruciale rol speelt.
Het hof stelt vast dat RVS de verzekering pas na het ongeval heeft geactiveerd en dat de registratie bij de Dienst Wegverkeer niet met terugwerkende kracht geldt. Volgens artikel 13 lid 7 WAM Pro mag een verzekeraar zich tegenover de benadeelde niet beroepen op het feit dat hij niet de verzekeraar is, tenzij hij kan aantonen dat de registratie onjuist is. Het hof oordeelt dat RVS dit niet aannemelijk heeft gemaakt en dat de benadeelde en London als rechtverkrijgende krachtens cessie mogen uitgaan van de registratie.
Het hof vernietigt daarom het tussenvonnis en het eindvonnis van de rechtbank voor zover deze in conventie zijn gewezen, en veroordeelt RVS tot betaling van alle schade-uitkeringen en kosten die London heeft gemaakt of zal maken. Het incidenteel hoger beroep van RVS wordt verworpen en het eindvonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd voor zover dat in reconventie is gewezen.
Uitkomst: RVS wordt veroordeeld tot betaling van alle schade-uitkeringen en kosten aan London na verkeersongeval.