ECLI:NL:GHARN:2006:AW2043
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.M. Kooijmans
- R. den Ouden
- G.T.K. Meussen
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting na minnelijke taxatie bedrijfspand
Belanghebbende voerde bezwaar aan tegen een aanslag inkomstenbelasting en een vergrijpboete opgelegd door de Inspecteur, waarbij de waarde van een bedrijfspand hoger werd vastgesteld dan de door belanghebbende opgegeven minnelijke taxatiewaarde.
Het geschil betrof de vraag of het pand ultimo 2000 mocht worden overgebracht naar het privévermogen en tegen welke waarde. Belanghebbende stelde dat een bindende overeenkomst met de Belastingdienst bestond over de waarde van ƒ 275.000, terwijl de Inspecteur stelde dat essentiële informatie was achtergehouden en dat de werkelijke verkoopprijs leidend moest zijn.
Het hof oordeelde dat geen bindende vaststellingsovereenkomst was gesloten, maar dat de Inspecteur wel het vertrouwen had gewekt dat overbrengen naar privévermogen was toegestaan. Echter, door het achterhouden van informatie over de interesse en verkoop van het pand, was de Inspecteur niet gebonden aan de minnelijke taxatie. De waarde werd schattenderwijs vastgesteld op ƒ 410.000.
De boete werd passend geacht, maar wegens het tijdsverloop verminderd tot 45%. Het hof vernietigde de uitspraak van de Inspecteur, verminderde de aanslag en boete en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting en boete werden verminderd naar een belastbaar inkomen van € 207.486 en een boete van 45%.