ECLI:NL:GHARN:2005:AU4512
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Makkink
- Steeg
- Tjittes
- Rechtspraak.nl
Onbevoegde vertegenwoordiging door bestuurder met tegenstrijdig belang bij voorkeursrechttransactie
In deze civiele zaak stond centraal of een vennootschap ([geïntimeerde]) gebonden was aan een voorkeursrechttransactie uit 1984, gesloten door haar bestuurder [X.], die tevens directeur en indirect groot aandeelhouder was van de wederpartij ([appellante]). De transactie betrof de verkoop van een perceel met wederzijdse voorkeursrechten en een boetebeding bij overtreding.
Het hof oordeelde dat het begrip tegenstrijdig belang in de statuten van [geïntimeerde] conform artikel 2:256 BW Pro moest worden geïnterpreteerd. Gezien de nauwe familiebanden en belangenverstrengeling was sprake van een indirect tegenstrijdig belang. De bestuurder [X.] was daardoor onbevoegd om de vennootschap te vertegenwoordigen bij deze transactie, aangezien geen toestemming van de commissaris of algemene vergadering was gegeven.
Het hof stelde dat stilzwijgende of impliciete goedkeuringen niet voldoen aan de vereiste transparantie en zorgvuldigheid. Ook het beroep van [appellante] op haar goede trouw en verwerking faalde, omdat de tegenstrijdig-belangsituatie voortduurde tot 1999 en geen gerechtvaardigd vertrouwen was ontstaan. Gevolg was dat [geïntimeerde] niet gebonden was aan het voorkeursrecht en de vordering tot betaling van de boete werd afgewezen.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Arnhem en wees de vordering van [appellante] af, terwijl het conservatoir beslag op het perceel werd opgeheven. [appellante] werd veroordeeld in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de vennootschap niet gebonden is aan de transactie wegens onbevoegde vertegenwoordiging en wijst de vordering van de wederpartij af.