ECLI:NL:GHARN:2002:AD9640
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Houtman
- Steeg
- Groen
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurders voor kennelijk onbehoorlijke taakvervulling bij dividenduitkering en faillissement
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of de bestuurders van Reinders Didam Beheer B.V. (RDB) en haar bestuurder [appellant sub 2] aansprakelijk konden worden gehouden voor het kennelijk onbehoorlijk vervullen van hun taak. Dit betrof een dividenduitkering van f 950.000,-- door Loodgieters- en Installatiebedrijf Reinders B.V. (LIR) aan RDB, die de liquiditeitspositie van LIR ernstig aantastte.
De feiten toonden aan dat LIR sinds 1995 betalingsmoeilijkheden kende, haar kredietlimiet bij Rabobank structureel werd overschreden en dat er geen concrete verkooponderhandelingen waren voor de aandelen van LIR ten tijde van het dividendbesluit. Het hof oordeelde dat RDB en [appellant sub 2] hun belangen als aandeelhouder boven die van LIR stelden en daarmee hun bestuurstaak kennelijk onbehoorlijk vervulden.
De dividenduitkering leidde tot een aanzienlijke vermindering van het eigen vermogen en verhinderde verdere kredietverlening, wat uiteindelijk bijdroeg aan het faillissement van LIR. Het hof verwierp de grieven van appellanten en bekrachtigde de eerdere vonnissen, waarbij RDB en [appellant sub 2] tevens in de kosten van het hoger beroep werden veroordeeld.
Uitkomst: Het hof bevestigt de aansprakelijkheid van RDB en [appellant sub 2] voor kennelijk onbehoorlijke taakvervulling en bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank.