Uitspraak
[appellante],
Isala,
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De toelichting op de beslissing van het hof
het gehele beeld uitermate suspect voor MS’was. [3] Onder die omstandigheden ligt het in de rede dat [appellante] is blijven zoeken naar antwoorden, zich binnen het reguliere zorgcircuit niet gehoord voelde en daarbuiten antwoorden is gaan zoeken, hetgeen zij niet had gedaan als in de brief de uitslagen van het liquor- en bloedonderzoek juist waren weergegeven. Dat zij daarbij ‘
bij toeval’ in de gelegenheid was om in Duitsland een pre-scan te laten verrichten die screenend van aard is (en niet diagnosticerend), doet daaraan onvoldoende af. Daarmee dient Isala deze kosten à € 1.100,- waarvan de hoogte verder niet is weersproken, te vergoeden. [4]
erg onwaarschijnlijk’en heeft nagelaten een juiste differentiaal diagnose te stellen en na haar bezoek aan hem op 14 juli 2010, geen vervolgafspraak in te plannen dan wel via de huisarts zorg te dragen voor een monitoring van haar gezondheidstoestand. Op dat moment waren er verschillende aanwijzingen die zouden kunnen duiden op MS. [5] Dat onder deze omstandigheden [appellante] opnieuw is gaan zoeken naar antwoorden buiten het reguliere circuit omdat zij zich niet gehoord en gezien voelde hetgeen haar onzeker en moedeloos maakte, is aannemelijk en staat in voldoende causaal verband met beide tekortkomingen. Het hof zal Isala dan ook veroordelen tot vergoeding van deze kosten.
€ 57.000,- en voor het hersenletsel, bestaande uit cognitieve beperkingen als gevolg van dementie à € 105.000,-. Dat de tekortkomingen de oorzaak zijn van en in causaal verband staan met het ontstaan van deze vormen van lichamelijk letsel in de zin van artikel 6:106 lid 1 sub b BW Pro (‘
voor het geval de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen’)kan zonder adequate en navolgbare toelichting die ontbreekt, niet worden aangenomen. Hetgeen [appellante] daartoe heeft aangevoerd ter onderbouwing van de hier aan de orde zijnde immateriële schade is onvoldoende om een andere conclusie te rechtvaardigen. Ook de stelling dat een progressie naar een ernstiger vorm van MS mogelijk had kunnen worden voorkomen, is onvoldoende (medisch) onderbouwd, zodat het hof ook daaraan voorbij gaat.
voor het geval de benadeelde op andere wijze in zijn persoon is aangetast’). Daarvan is sprake als de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon ‘op andere wijze’ sprake is. In een dergelijk geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Van een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW is niet reeds sprake bij de enkele schending van een fundamenteel recht. [8]