Uitspraak
1.de vereniging Belangenvereniging De Scheepsbel (de vereniging),
3. [appellanten3] ,
6. [appelante6] ,die woont in [woonplaats5] ,
7. [appellanten7] ,die wonen in [woonplaats6] ,
8. [appellant8] ,die woont in [woonplaats7] ,
9. [appellanten9] ,die wonen in [woonplaats8] ,
(appellanten onder 2 tot en met 9 worden gezamenlijk ‘de huurders’ genoemd),
1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.Het oordeel van het hof
inleiding
als volgt’) anders geformuleerde vorderingen in hoger beroep toe te wijzen. ALO weet bovendien niet of de vereniging en de huurders hiermee een eiswijziging of een eisvermeerdering beogen. Die onduidelijkheid is in strijd met de goede procesorde want daardoor kan zij geen adequaat verweer voeren, aldus ALO.
€ 40.000;
11. ALO te veroordelen in de kosten van de beide instanties en de nakosten.
Volgens ALO is zij uitgegaan van huurovereenkomsten van onbebouwde grond voor onbepaalde tijd. De huurders mogen de huur van hun jaarplaats gewoon voortzetten, alleen wel met een schriftelijke overeenkomst met de Recron-voorwaarden zodat alle huurders onder dezelfde regels vallen. Die huurovereenkomst en de Recron-voorwaarden zijn bovendien niet ongunstiger dan de huidige situatie van huurders zonder overeenkomst, omdat de wet de huurders geen opzegbescherming biedt en de overeenkomst en de Recron-voorwaarden juist wel.
Wij kunnen echt geen zekerheid geven. Het gaat al 60 jaar op deze manier en daarin zal niets veranderen. We begrijpen dat het voor jullie voelt als een risico maar we geven echt geen garanties.”Uit deze e-mail van 14 oktober 2020 leidt het hof geen toezegging van ALO af tot jarenlang en ongewijzigd recreëren, net zo min als uit andere berichtgeving van ALO zoals bijvoorbeeld de e-mail van 30 januari 2021. In ieder geval kan deze correspondentie niet zo worden begrepen dat die in de weg zou staan aan de opzegging van 28 september 2023, die is gedaan nadat huurders hebben geweigerd een schriftelijke huurovereenkomst te ondertekenen. Zouden zij dat wel hebben gedaan dan zou er op de einddatum 31 december 2024 geen eind zijn gekomen aan hun huurovereenkomsten, althans zouden zij op basis van de nieuwe huurovereenkomsten hun verblijf op de camping hebben kunnen voortzetten. De opzegging van de huurovereenkomsten is dus niet gedaan in strijd met de gestelde toezeggingen.
ALO heeft de relevantie van deze Richtlijnen in deze zaak betwist.
,althans haar wens om uniforme schriftelijke overeenkomsten te sluiten en uniforme voorwaarden overeen te komen, weegt zwaarder dan het belang van de huurders bij ongewijzigde voortzetting van de mondelinge huurovereenkomst. Verder heeft ALO, nadat de huurders het aanbod van voortzetting van de huurovereenkomst op basis van een schriftelijk contract met de Recron-voorwaarden hadden afgewezen, een redelijke opzegtermijn van 15 maanden gehanteerd en heeft zij een tegemoetkoming in de verplaatsingskosten van € 1.760.- aangeboden zodat ook in die zin rekening is gehouden met de belangen van de huurders. Het aanvaarden van het aanbod had bovendien veel van de nu geuite bezwaren van de huurders kunnen voorkomen, omdat de nieuwe overeenkomst (inclusief de Recron-voorwaarden) op een aantal onderdelen meer bescherming bij beëindiging door de verhuurder bood met het opnemen van limitatieve opzeggingsgronden (terwijl de wet hier geen opzeggingsgrond vereist), een langere opzeggingstermijn dan de wet voorschrijft en een vergoedingsregeling bij opzegging vanwege herstructurering (die in de wet ontbreekt). De huurders hebben zelf een andere keuze gemaakt. Dat in de bij de nieuwe overeenkomst behorende Recron-voorwaarden mogelijk oneerlijke bedingen zijn opgenomen, maakt het voorgaande niet anders. Onder verwijzing naar het oordeel van de kantonrechter op dit punt (r.o. 5.3.6 op p.8 bovenaan van het vonnis), dat het hof overneemt, is het hof van oordeel dat - als dat al zo zou zijn - daartegen voldoende rechtsbescherming openstaat voor de huurders. In ieder geval is dat geen reden om in deze zaak anders over de opzegging door ALO te oordelen. Zowel de vordering tot het afgeven van een verklaring voor recht dat de opzegging is gedaan in strijd met de redelijkheid en billijkheid als de vordering tot een veroordeling tot betaling van schadevergoeding zal daarom worden afgewezen.
- voor zover al van toepassing op de door ALO gedane investeringen - sprake is geweest van een (redelijk) aanbod in de zin van artikel 7:220 lid 2 BW Pro of van een ander aanbod van verhuurder aan de huurders waarvan weigering mogelijk naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, is gesteld noch gebleken. Er is dus geen wettelijke of contractuele grondslag voor de bevoegdheid van ALO tot huurprijsverhoging.
ALO wijst erop dat zij met de nieuwsbrief van september 2022 de huurders heeft geïnformeerd over de tarieven van 2023, en met e-mails in september 2023 en juli 2024 over respectievelijk de tarieven van 2024 en 2025. Omdat de huurders die tarieven ook hebben betaald, heeft ALO afgeleid dat zij er mee instemden. Ook over de opbouw van de tarieven is ALO duidelijk geweest. De manier waarop de tarieven zijn berekend zijn voor de recreatiepraktijk gebruikelijk en redelijk en de kantonrechter heeft terecht geoordeeld dat geen sprake is van afrekening van werkelijk verbruik.
obv het werkelijke verbruik’. Daarbij is opgemerkt dat op de factuur geen voorschot voor
‘deze diensten’meer staat ‘
zoals in het verleden het geval was’. Vervolgens zijn, blijkens productie 11 bij memorie van grieven, in december 2022 eindafrekeningen aan huurder [appelante6] gestuurd voor elektra, water en gas voor de achterliggende periode met als omschrijving ‘
bedrag geleverde diensten’. Het hof leidt daaruit af dat, bij gebreke van een afspraak daarover, het gebruik tussen partijen was dat alleen de kosten van daadwerkelijk verbruik (inclusief de door de energieleveranciers in rekening gebrachte vaste kosten) in rekening werden gebracht. Dat de huurders door de betaling van de toegestuurde facturen volgens ALO dus hebben ingestemd met die facturen waarin méér in rekening werd gebracht, neemt het hof niet over, al is het maar omdat uit de omschrijving op de factuur ‘
bedrag geleverde diensten’ niet op te maken is dat het meer betreft dan water, elektra en gas.
€ 5,75 per m3) hoger zijn dan waar zij op uitkwamen (elektra € 0,40 per Kwh (prijsplafond), water € 0,382 per m3 (waternet) en gas (op het hoogste niveau over 2023) € 2,63). ALO heeft niets tegenover deze gemotiveerde betwisting gezet. Omdat de afrekening voor nutsvoorzieningen gebaseerd moet zijn op het daadwerkelijk verbruik (inclusief de door de energieleveranciers in rekening gebrachte vaste kosten) hebben de huurders er belang bij dat ALO daarin inzicht verstrekt. Daarbij ligt ook voor de hand dat bij de afrekening de prijzen worden gehanteerd die bij ALO in rekening zijn gebracht. Daarin moet ALO ook inzage verstrekken. Het gevraagde gebod wordt aldus toegewezen, inclusief de veroordeling tot verbeurte van een dwangsom bij overtreding, waartegen geen verweer is gevoerd. Omdat uit het voorgaande volgt dat de huurders alleen het daadwerkelijke verbruik (inclusief de door de energieleveranciers in rekening gebrachte vaste kosten) hoeven te betalen en dat ALO daarin inzicht moet verschaffen bestaat er voor de huurders geen zelfstandig belang meer bij het afgeven van de gevorderde verklaring voor recht over de verhoging van de nutsvoorzieningen, zodat die wordt afgewezen.