In deze civiele zaak staat de effectenleaseovereenkomst tussen de afnemer en Dexia centraal. Het hof heeft vastgesteld dat de tussenpersoon vergunningsplichtig advies heeft gegeven en dat Dexia hiervan op de hoogte was, waardoor Dexia aansprakelijk is voor de restschuld en betaalde kosten.
Dexia voerde verjaring van de vordering aan, maar het hof oordeelde dat de afnemer tijdig de verjaring heeft gestuit door diverse sommatiebrieven en een opt-out-verklaring. Dexia kon onvoldoende aantonen dat tussen de stuitingen meer dan vijf jaar was verstreken.
Daarnaast stelde Dexia dat de fiscale voordelen van de afnemer in mindering moesten worden gebracht, maar het hof vond dat Dexia onvoldoende had onderbouwd dat deze voordelen de schadevergoeding zouden overstijgen. Het exacte schadebedrag dient door partijen te worden vastgesteld.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter, wees de vorderingen van Dexia af, veroordeelde Dexia tot betaling van proceskosten en verklaarde de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.