Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep,
- de incidentele memorie van [appellant] tot aanhouding van de hoofdzaak en tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van het vonnis,
- de incidentele memorie van antwoord van [geïntimeerde] ,
- het arrest in het incident ex artikel 351 Rv Pro van 19 december 2023,
- de memorie van grieven,
- de memorie van antwoord,
- het verslag (proces-verbaal) van de regiezitting op 5 juli 2024,
- de akte namens [appellant] houdende uitlating producties,
- de akte namens [appellant] houdende overlegging producties 16 t/m 19,
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 20 november 2024 is gehouden.
De kern van de zaak
- te verklaren voor recht dat de beëindigingsovereenkomst niet rechtsgeldig is beëindigd per 8 augustus 2017 en nog onverkort in stand is;
- [appellant] te veroordelen tot betaling van € 270.000,- aan dwangsommen omdat hij de veroordeling in het kortgedingvonnis van 25 november 2015 tot aanwijzing van een deskundige niet is nagekomen;
- [appellant] op straffe van een dwangsom te veroordelen aan de deskundigen op hun eerste verzoek alle documenten ter beschikking te stellen die door de deskundigen voor de waardebepaling van belang worden geacht;
- [appellant] op straffe van een dwangsom te verbieden om zonder voorafgaande toestemming van [geïntimeerde] de in artikel 6 lid 2 sub Pro a t/m g van de vennootschapsovereenkomst beschreven (rechts)handelingen te verrichten.
- [appellant] op straffe van een dwangsom te veroordelen een deskundige aan te wijzen, met machtiging aan [geïntimeerde] om zelf een deskundige voor [appellant] aan te wijzen;
- [appellant] op straffe van een dwangsom te veroordelen aan de deskundigen op hun eerste verzoek alle documenten ter beschikking te stellen die door de deskundigen voor de waardebepaling van belang worden geacht.
- [appellant] op straffe van een dwangsom verboden om zonder voorafgaande toestemming van [geïntimeerde] de in artikel 6 lid 2 sub Pro a t/m g van de vennootschapsovereenkomst beschreven (rechts)handelingen te verrichten;
- [appellant] veroordeeld om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis een deskundige aan te wijzen met machtiging aan [geïntimeerde] om na die termijn van veertien dagen zelf een deskundige aan te wijzen;
- [appellant] veroordeeld op straffe van een dwangsom op eerste verzoek van de deskundigen alle documenten die door de deskundigen van belang worden geacht voor de waardebepaling aan de deskundigen ter beschikking te stellen en al datgene te doen dat de deskundigen nodig achten om de waarde te bepalen.
De feiten
4.Het oordeel van het hof
- de aard en de omvang van de onderneming als agrarisch bedrijf brengt mee dat geregeld in korte tijd allerlei beslissingen - onder meer over het gebruik van agrarische percelen, de omvang van de veestapel, veevoer, landbouwmachines, en tijdelijk personeel - moeten worden genomen;
- [appellant] is voor een effectieve bedrijfsvoering erbij gebaat dat hij die beslissingen in het belang van de onderneming kan nemen zonder steeds de medewerking van [geïntimeerde] te vragen en van zijn medewerking afhankelijk te zijn;
- op zichzelf is niet uitgesloten dat, nadat de relevante waarde van de onderneming is bepaald en (definitief) op de toedeling en de daarbij geldende voorwaarden zal worden beslist, in plaats van [appellant] [geïntimeerde] de onderneming voortzet. Voor dat geval heeft [geïntimeerde] belang bij een in goede staat verkerende onderneming die niet belast is met verplichtingen en overeenkomsten die een negatief effect hebben op de (financiële positie van de) onderneming;
- mede gelet op mogelijkheid dat [geïntimeerde] in een positie kan komen dat hij de onderneming voortzet heeft hij ook belang bij geregeld goede informatie over de onderneming hangende de verdeling en vereffening.
- eenmalige rechtshandelingen namens de onderneming van de ontbonden [de vof] waarvan het belang of de waarde het bedrag van € 20.000,- overschrijdt;
- voortdurende rechtshandelingen - zoals (ver)huur, (ver)pachten, kredietovereenkomst en arbeidsovereenkomsten - namens de onderneming van de ontbonden [de vof] waarvan het belang op jaarbasis het bedrag van € 20.000,- overschrijdt.
5.De beslissing
24 maart 2026over te leggen:
- een boedelbeschrijving van [de vof] per heden;
- de overeenkomstig de in artikel 10 van Pro de vof overeenkomst beschreven procedure vastgestelde balans en de winst- en verliesrekeningen (jaarstukken) vanaf 2010 tot heden;
- of die stukken zijn opgesteld;
- of die stukken in procedure zijn gebracht;
- of (tijdig) bezwaren zijn ingebracht;
- of overleg tussen adviseurs van beide broers heeft plaatsgevonden om overeenstemming te bereiken over de eventuele geschilpunten en wat daarvan de uitkomst is;
- voor zover nog geschilpunten bestaan hun standpunten kernachtig weergeven, zoveel mogelijk ondersteund met relevante bescheiden;
- zich uitlaten over een of drie externe deskundige(n) ter advisering aan het hof over de geschilpunten met betrekking tot de jaarstukken en de aan die externe deskundige(n) te stellen vragen;
- [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van schadevergoeding nader op te maken bij staat (vordering A sub c);
- voor recht te verklaren dat [appellant] aanspraak maakt op een voorschot van een redelijk loon en dat [appellant] dat redelijk loon uit de vennootschapsvermogen mag betalen (vorderingen C sub g en h);
- om in het kader van de procedure op grond van de beëindigingsprocedure [appellant] op straffe van een dwangsom te veroordelen een deskundige aan te wijzen, [geïntimeerde] te machtigen een deskundige namens [appellant] aan te wijzen en [appellant] te veroordelen de deskundigen alle documenten te verschaffen die de deskundigen van belang achten;
- [appellant] op straffe van een dwangsom te verbieden om zonder voorafgaande toestemming van [geïntimeerde] de in artikel 6 lid 2 sub Pro a t/m g van de vof overeenkomst beschreven (rechts)handelingen te verrichten;