De man en vrouw zijn in 2018 getrouwd en hebben twee minderjarige kinderen. Het huwelijk is ontbonden op 25 februari 2025. De rechtbank had de kinderalimentatie vastgesteld op €330 per kind per maand en een zorgregeling vastgesteld. De man ging in hoger beroep tegen de alimentatiehoogte en de vrouw stelde incidenteel hoger beroep in over de verdeling van een letselschadevergoeding en de zorgregeling.
Het hof oordeelt dat de letselschadevergoeding van €227.000 in beginsel gemeenschappelijk vermogen is, omdat de man niet heeft aangetoond dat een deel verknocht is. Van dit bedrag wordt €50.000 als besteed aan levensonderhoud erkend, zodat €177.000 verdeeld moet worden. De man moet €88.500 aan de vrouw betalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf veertien dagen na beschikking.
De zorgregeling wordt aangepast met een concrete verdeling van schoolvakanties en een cyclus van weekenden. De kinderalimentatie wordt verlaagd naar €50 per maand per kind, omdat de man een werkloosheids- en Ziektewet-uitkering ontvangt en geen draagkracht heeft voor een hoger bedrag. De vrouw hoeft teveel ontvangen alimentatie niet terug te betalen. De proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten.