In deze zaak gaat het om de verdeling van een letselschadevergoeding, de zorgregeling voor de kinderen en de vaststelling van de kinderalimentatie na de echtscheiding van de man en de vrouw. De man en de vrouw zijn in 2018 getrouwd en hebben twee minderjarige kinderen. Hun huwelijk is op 25 februari 2025 ontbonden. De rechtbank Midden-Nederland had eerder een beschikking gegeven over de echtscheiding en de kinderalimentatie, waartegen de man in hoger beroep ging. De man was het niet eens met de hoogte van de kinderalimentatie die was vastgesteld op € 330,- per kind per maand. Hij verzocht het hof om deze te verlagen naar € 25,- per kind per maand. De vrouw voerde verweer en vroeg het hof om de beschikking van de rechtbank te bekrachtigen en daarnaast een verdeling van de letselschadevergoeding van de man, die hij tijdens het huwelijk had ontvangen, te bepalen. Het hof oordeelde dat de man de letselschadevergoeding van € 227.000,- niet had aangetoond dat deze verknocht was aan hem en dat deze dus verdeeld moest worden. Het hof bepaalde dat de man € 88.500,- aan de vrouw moest betalen. Wat betreft de kinderalimentatie oordeelde het hof dat de man in de periode van 17 januari 2024 tot 1 januari 2025 en daarna € 50,- per maand aan de vrouw moest betalen. De vrouw hoefde het teveel ontvangen bedrag aan kinderalimentatie niet terug te betalen. De kosten van de procedure werden gecompenseerd, wat betekent dat beide partijen hun eigen kosten dragen.