Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis waarvan beroep
De tenlastelegging
Ontvankelijkheid openbaar ministerie
Rechtmatigheid vooronderzoek
Landeck) en HR 18 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:409 te stellen eisen.
Landeck) heeft het HvJ EU geoordeeld dat voor het verkrijgen van toegang tot dergelijke gegevens voorafgaande toestemming nodig is van een rechterlijke instantie of een onafhankelijk, niet bij de opsporing betrokken, bestuursorgaan indien er een kans is dat die toegang het mogelijk maakt nauwkeurige conclusies over iemands privéleven te trekken. [3]
Prokuratuur) is de Hoge Raad tot het oordeel gekomen dat de onder andere in artikel 126n van het Wetboek van Strafvordering neergelegde bevoegdheden tot het vorderen van
Prokuratuur) aanleiding gezien te bepalen dat als de officier van justitie verkeers- en locatiegegevens wil verkrijgen die meer omvatten dan uitsluitend identificerende gegevens, hij gehouden is een schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris te vorderen. [6]
Prokuratuur) en HvJ EU 4 oktober 2024, zaak C-548/21, ECLI:EU:C:2024:830 (
Landeck) en de daarop gebaseerde rechtspraak van de Hoge Raad – toetst bij een vordering voor een tapmachtiging of sprake is van een verdenking als bedoeld in artikel 126m, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering en of het onderzoek dringend vordert dat telecommunicatie wordt opgenomen. Hierbij spelen de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit een rol. In die toetsing ligt naar het oordeel van het hof besloten dat de rechtercommissaris beoordeelt of de inbreuk die door het onderzoek wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de gebruiker van het nummer, is gerechtvaardigd, mede gelet op de ernst van het strafbare feit waarop de verdenking betrekking heeft en het belang van de inzet van het middel voor de waarheidsvinding.
Landeck) en HR 18 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:409 voor de aan een tapmachtiging te stellen eisen, kan dan ook niet de conclusie worden verbonden die zij er aan gehecht wil zien. Het hof laat daarbij verder buiten beschouwing dat deze rechtspraak gaat over een onderzoek van gegevens die beschikbaar zijn in een elektronische gegevensdrager, zoals een smartphone, en niet over het opnemen met een technisch hulpmiddel van communicatie die plaatsvindt met gebruikmaking van de diensten van een aanbieder van een communicatiedienst.
Overweging met betrekking tot het bewijs
1. behoort tot het samenwerkingsverband en
2. een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt bij, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in artikel 140 Sr Pro bedoelde oogmerk.
Overwegingen over het onder 2 tenlastegelegde
Overwegingen in de dagvaarding met parketnummer 08/993150-16
Bewezenverklaring
of omstreeksde periode van 22 november 2011 tot en met 4 april 2016
in de gemeente [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] en/of [plaats 4] en/of [plaats 5] en/of [plaats 6] en/of eldersin Nederland en
/ofDuitsland, als
oprichter/leider
/bestuurderheeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband met
o.a.[medeverdachte 1]
en [medeverdachte 2]en
één of meerandere natuurlijke en
/ofrechtspersonen, welke organisatie tot oogmerk had het
/of
/of
op één of meer tijdstip(pen)in
of omstreeksde periode van 19 augustus 2013 tot
in de gemeente [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] en/of [plaats 5] en/of [plaats 6] en/of [plaats 4] en/of eldersin Nederland
(telkens)tezamen en in vereniging met een ander of anderen,
althans alleen,in
(zaaksdossier 002)en
/of
(zaaksdossier 003)en
/of
(zaaksdossier 004)en
/of
(zaaksdossier 005)en
/of
(zaaksdossier 6)en
/of
(zaaksdossier 007)en
/of
(zaaksdossier 008)en
/of
(zaaksdossier 009),
al dan nietopzettelijk gelegenheid heeft gegeven (aan personen uit) het publiek om door middel van een (kans)spel
op de website [website 1] , in elk geval enig (kans)spel,mede te dingen naar prijzen en/of premies, waarbij de aanwijzing der winnaars geschiedde door enige kansbepaling waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed konden uitoefenen en daarvoor (telkens) ingevolge de Wet op de kansspelen geen vergunning was verleend;
op één of meer tijdstip(pen)in
of omstreeksde periode 1 januari 2015 tot en met 4 april 2016,
in de gemeente [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] en/of [plaats 5] en/of [plaats 6] en/of [plaats 4] en/of eldersin Nederland (
telkens)tezamen en in vereniging met een ander of anderen
, althans alleen,in
(zaaksdossier 002)en
/of
(zaaksdossier 003) en
/of
/of
(zaaksdossier 005)en
/of
(zaaksdossier 6)en
/of
(zaaksdossier 007)en
/of
/of
(zaaksdossier 009),
al dan nietopzettelijk gelegenheid heeft gegeven (aan personen uit) het publiek om door middel van een (kans)spel
op de website [website 1] , in elk geval enig (kans)spel,mede te dingen naar prijzen en/of premies, waarbij de aanwijzing der winnaars geschiedde door enige kansbepaling waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed konden uitoefenen en daarvoor (telkens) ingevolge de Wet op de kansspelen geen vergunning was verleend
/ofzijn mededaders van het plegen van voormelde feiten een gewoonte hebben gemaakt;
of omstreeks4 april 2016 in de gemeente [plaats 1]
één of meerwapens van categorie III, te weten pistolen (merk/type: Browning Baby Fn en
/ofAg Brescia Brevett), en
/ofmunitie van categorie III, te weten patronen (merk/type: Sellier & Bellot 7.65 en
/ofWin.25 Auto), voorhanden heeft gehad;
of omstreeks4 april 2016 in de gemeente [plaats 1]
(een
)wapen
(s)van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad;
of omstreeks4 april 2016 in de gemeente [plaats 1] ,
eenwapen
(s
), van categorie I, onder 1°, te weten een stiletto en
/ofeen vlindermes, voorhanden heeft gehad.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Oplegging van straf en/of maatregel
Voorlopige hechtenis
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden.
6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.