Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.Het verdere oordeel van het hof
- schade aan de sandwichgevelpanelen, schade aan de dakelementen, het zetwerk, en het grondwater in de smeerput (punt 3 tot en met 6 en 19)
- niet uitgevoerde werkzaamheden (punt 9, 15 en 16)
- de verdiepingsvloer (punt 11 en 12)
- diverse schotjes en draadstangen van de oplegging van de kraanbaan ontbreken (punt 21b en 21c)
- het ontbreken van bouten bij windverbanden (punt 22d)
- de toegepaste funderingspalen komen niet overeen met het ontwerp (punt 23a)
- de stelruimte onder de kolommen en wanden is onvoldoende gevuld met mortel (punt 23c)
- de betondekking op de funderingsbalk is mogelijk onvoldoende (punt 23e)
- diverse schroeven van de dakplaten zijn naast de gordingen geschroefd (punt 24d)
- de kleur van het voegwerk (punt 7)
- het ontbreken van een open stootvoeg (punt 8)
- de uitvoering van het dakoverstek (punt 17)
- de stalen spanten die niet voldoen aan de vervormingseisen zoals bepaald in NEN-EN-1990 en de geometrie van de stalen spanten die niet voldoet aan het constructief ontwerp (punt 20a)
- het ontbreken van een UNP 160 (stalen ligger) die wel is opgenomen in het constructief ontwerp (punt 20d)
- het windverband dat is gemonteerd aan een prefab betonwand, waardoor de functie van het windverband niet werkt (punt 22c)
- de scheuren in de bedrijfsvloer, waardoor de vloer niet voldoet aan de eis van vloeistofdichtheid (punt 23d)
- de betonvloer die ligt op de fundering in plaats van tussen de fundering, waardoor sprake is van een ongelijkmatige zetting en daardoor onwenselijke scheuren in de betonvloer (punt 23f)
- de houten gordingen die op een grotere hart-op-hartafstand zijn toegepast dan het ontwerp, waardoor niet is voldaan aan de sterkte eisen (punt 24a)
- de extra gording ter plaatse van de goot die ontbreekt, waardoor de gordingen belast worden op dubbele buiging waarop ze niet zijn ontworpen (punt 24b)