ECLI:NL:GHARL:2024:1795
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over bewijsrisico bij handel in flipperkasten zonder deugdelijke administratie
De zaak betreft een geschil tussen partijen over de handel in flipperkasten, waarbij afspraken mondeling zijn gemaakt en nauwelijks administratie is bijgehouden. De geïntimeerde vordert betaling van bedragen voor flipperkasten die hij zegt te hebben ingekocht en geleverd aan appellant, die deze heeft opgeknapt en doorverkocht.
De rechtbank had de vordering deels toegewezen, maar het hof oordeelt in hoger beroep dat de door geïntimeerde overgelegde lijsten, WhatsApp-berichten en getuigenverklaringen onvoldoende duidelijkheid bieden over welke flipperkasten zijn betaald en geleverd. Het ontbreken van een deugdelijke, controleerbare administratie leidt tot bewijsproblemen die voor rekening van geïntimeerde komen.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank, wijst de vorderingen van geïntimeerde af, en veroordeelt geïntimeerde tot betaling van de proceskosten van appellant. Een onderdeel van het vonnis betreffende een specifieke flipperkast blijft in stand omdat appellant daartegen geen grief richtte en aan de veroordeling heeft voldaan.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van geïntimeerde af wegens onvoldoende bewijs en veroordeelt geïntimeerde tot betaling van de proceskosten van appellant.