In deze civiele zaak tussen eiser en gedaagde staat centraal welke flipperkasten door eiser aan gedaagde zijn geleverd en welke betalingen daarvoor zijn verricht. Na een bewijsopdracht heeft eiser diverse bewijsstukken overgelegd, waaronder handgeschreven lijsten, whatsappgesprekken en getuigenverklaringen, waaruit de rechtbank concludeert dat 20 flipperkasten zijn geleverd en betaald door eiser.
Gedaagde heeft onvoldoende bewijs geleverd van contante betalingen aan eiser, ondanks een getuigenverklaring die niet overtuigend is. Wel is erkend dat een bedrag van €12.500 door een derde namens gedaagde is betaald aan eiser, wat in mindering wordt gebracht op de schadevergoeding.
De rechtbank veroordeelt gedaagde tot betaling van €26.500 vermeerderd met wettelijke rente en tot teruggave van één flipperkast of betaling van de vervangende waarde van €2.400. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. Gedaagde wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.