Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van de procedure bij het hof
“wanneer daartoe aanleiding is”.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of appellant zelf bevoegd was om op te treden in een schadevergoedingsvordering tegen geïntimeerde, nu over al zijn goederen een bewind was ingesteld. Het hof oordeelde dat de bewindvoerder exclusief bevoegd is tot het verrichten van beheerhandelingen, waaronder het voeren van procedures. Hierdoor was appellant niet zelfstandig procesbevoegd en werd hij niet-ontvankelijk verklaard.
De bewindvoerder was echter niet verschenen om het geding over te nemen, waardoor het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en appellant alsnog niet-ontvankelijk werd verklaard. In het incidenteel hoger beroep vorderde geïntimeerde dat appellant of diens voormalige advocaat, de betrokkene, werd veroordeeld tot betaling van proceskosten wegens onbevoegde procesvoering. Het hof oordeelde dat de betrokkene niet in de proceskosten werd veroordeeld omdat zij mocht aannemen dat de bewindvoerder instemde met de procedure en de kosten betaalde.
Het hof constateerde dat ook de rechtbank en de advocaten zich niet bewust waren van de procesbevoegdheidsbeperking. De rechtbank had appellant in de proceskosten veroordeeld, maar het hof bekrachtigde deze veroordeling en veroordeelde appellant tevens tot betaling van griffierechten in het principaal hoger beroep. De vorderingen van geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep werden afgewezen, maar zij werd veroordeeld tot betaling van een deel van de proceskosten van appellant.
De proceskostenveroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het arrest is gewezen door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 8 augustus 2023.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens bewind en veroordeeld tot betaling van proceskosten in het principaal hoger beroep; de vorderingen van geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep worden afgewezen.