De betrokkene werd beboet wegens het negeren van een rood verkeerslicht op de Erasmusweg in ’s-Gravenhage tijdens een statische controle op 9 oktober 2018. De kantonrechter legde een sanctie van €230,- op, maar het hof vernietigde deze beslissing vanwege het ontbreken van een volledig proces-verbaal van de zitting. Vervolgens beoordeelde het hof het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie.
De gemachtigde voerde aan dat de gedraging onvoldoende was geïndividualiseerd en dat er wel een reële mogelijkheid tot staandehouding bestond bij een statische controle. Het hof oordeelde dat de inleidende beschikking voldoende gegevens bevatte om verweer te voeren en dat de ambtenaar in een onopvallend voertuig zonder stopmiddelen zat, waardoor geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond.
De keuze van de ambtenaar om de controle op deze wijze uit te voeren kan slechts marginaal worden getoetst en werd door het hof aanvaard. Daarom mocht de sanctie terecht aan de kentekenhouder worden opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.