ECLI:NL:GHARL:2023:1158

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 februari 2023
Publicatiedatum
9 februari 2023
Zaaknummer
Wahv 200.307.210/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 4:84 AwbArt. 5 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor snelheidsovertreding met lasergun zonder staandehouding

De betrokkene werd beboet voor het rijden met 23 km per uur te hard op een weg buiten de bebouwde kom op 23 november 2020. De boete werd opgelegd op basis van een lasermeting met een UltraLyte100 LR lasergun, waarbij de gemeten snelheid 107 km/u was en de gecorrigeerde snelheid 103 km/u, terwijl de toegestane snelheid 80 km/u bedroeg.

De betrokkene voerde aan dat de meetafstand van 527 meter te groot was voor een betrouwbare meting en dat het ontbreken van een statief de betrouwbaarheid ondermijnde. Tevens stelde hij dat niet duidelijk was welke ambtenaar de meting had verricht en dat de sanctie ten onrechte aan de kentekenhouder was opgelegd omdat er sprake was van een reële mogelijkheid tot staandehouding.

Het hof oordeelde dat de meetafstand binnen de toegestane grenzen viel en dat het gebruik van een statief niet verplicht is voor een betrouwbare meting. Uit het dossier bleek dat ambtenaar [verbalisant1] de meting verrichtte en dat hij over de benodigde certificaten beschikte. De keuze om niet tot staandehouding over te gaan was gemotiveerd en gerechtvaardigd vanwege de verkeerssituatie, waardoor de sanctie terecht aan de kentekenhouder werd opgelegd.

De aangevoerde bezwaren werden verworpen en het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: De boete van €221 voor de snelheidsovertreding wordt bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.307.210/01
CJIB-nummer
: 237878220
Uitspraak d.d.
: 9 februari 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordHolland van 21 januari 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 221,- voor: “23 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 23 november 2020 om 10:41 uur op de Weg om de Noord in Hoofddorp met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat uit het zaakoverzicht blijkt dat de meetafstand 527 bedraagt. Dit is een te grote afstand om een betrouwbare meting te kunnen verrichten. De gemachtigde verwijst hierbij naar het arrest van het hof van 17 maart 2010, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHLEE:2010:BN5645. Ook verwijst de gemachtigde in dit verband naar de handleiding van de lasergun. Zonder nadere toelichting - die ontbreekt - valt niet in te zien hoe de ambtenaar een betrouwbare meting heeft kunnen verrichten. De kans dat de ambtenaar iets te hoog ‘mikt’ en een ander voertuig heeft gemeten is zeer reëel. Dit betreft zeer secuur werk en vandaar dat een statief wordt voorgeschreven. Nu onbekend is of er bij de meting een statief is gebruikt, staat niet vast dat er een betrouwbare meting is verricht. Voorts voert de gemachtigde aan dat uit het dossier blijkt dat bij deze zaak twee ambtenaren betrokken zijn geweest. In zo’n situatie dient - met het oog op de deskundigheid van de ambtenaar die de meting heeft verricht - duidelijk te blijken wie van de twee ambtenaren de gedraging heeft geconstateerd en wie de staandehouding heeft verricht. Dat is hier niet het geval. Zodoende kan niet worden vastgesteld of de ambtenaar die de meting heeft verricht beschikt over de daarvoor vereiste certificaten. Gelet hierop kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Tot slot voert de gemachtigde aan dat de sanctie ten onrechte aan de betrokkene als kentekenhouder is opgelegd. Er heeft zich immers een reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder voorgedaan. Het gaat in deze zaak om een lasergunmeting. In de Instructie snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers (hierna: Instructie) staat vermeld dat in beginsel tot staandehouding moet worden overgegaan. Het betreft hier een beleidsregel, waarvan de ambtenaar gelet op artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht slechts mag afwijken in het voordeel van een betrokkene. Dat de ambtenaar hier kiest voor een onhandig dienstvoertuig komt voor zijn rekening. De inleidende beschikking dient dan ook te worden vernietigd.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast met behulp van een voor de meting geteste, geijkte en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeter.
Gemeten (afgelezen) snelheid : 107 km per uur.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid : 103 km per uur.
Toegestane snelheid : 80 km per uur.
Overschrijding met : 23 km per uur.
Merk/soort meetmiddel : Ultralyte100 LR.
Serienummer : UX018405.
Meetafstand : 527,00 m.
Goedkeuring meetmiddel geldig tot: 11-05-2021 (…)
Naam ambtenaar 1: [verbalisant1] (…)
Naam van ambtenaar 2: [verbalisant2] (…)
Reden geen staandehouding: Voertuig nam de afrit voor het controlepunt.”
5. Voorts bevindt zich in het dossier een proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 maart 2021, waarin de ambtenaren, voor zover relevant, het volgende verklaren:
“Op 23 november 2021 waren wij, verbalisanten [verbalisant2] en [verbalisant1] , belast met een snelheidscontrole op de N201 in Hoofddorp. Wij hadden een vaste positie op de N201 ingenomen ter hoogte van hectometerpaal 27.0. Wij controleerden het verkeer dat over de N201 reed, komende uit de richting van Adrianahoeve en gaande in de richting van de Van Heuven Goedhartlaan, op snelheid. Wanneer wij een snelheidsovertreding constateerden, reden wij achter het betreffende voertuig aan om de bestuurder een ‘volgteken’ te geven met het politietransparant. Vervolgens hielden wij de bestuurder staande. (…)
Om 10:41 uur constateerde ik, verbalisant [verbalisant1] , dat de bestuurder, die reed in de bestelauto met kenteken [kenteken] , een snelheidsoverschrijding beging. Ik zag op de lasergun een gemeten snelheid van 107 kilometer per uur staan. Ik heb deze snelheid direct aan verbalisant [verbalisant2] laten zien. Ook heb ik direct verteld om welke bestelauto het ging. Wij zagen dat de bestuurder van de bestelauto de afrit nam naar de Hoofdweg in Hoofddorp. De bestuurder bleef niet de N201 volgen. Aangezien wij positie hadden ingenomen op de N201, op het viaduct over de Hoofdweg, waren wij niet in staat een staandehouding te verrichten.”
6. Bij het verweerschrift is door de advocaat-generaal nog een proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 juli 2022 gevoegd, waarin de ambtenaar, voor zover relevant, het volgende verklaart:
“Ik, verbalisant [verbalisant1] , had samen met collega [verbalisant2] positie genomen op de N201 ter hoogte van hectometerpaal 27.0. Hierbij konden wij het verkeer controleren dat over de N201 reed, komende uit de richting van de Adrianahoeve en gaande in de richting van de rijksweg A4. Exact onder onze locatie bevindt zich de Hoofdweg. Het verkeer dat over de Hoofdweg rijdt, rijdt dus onder een viaduct door, namelijk de N201. Het verkeer dat ons tegemoet komt rijden, kan enkele meters voordat ze het politievoertuig passeren, de afslag nemen richting de Hoofdweg. Dit heeft desbetreffend voertuig gedaan. Om nog bij dit voertuig te komen zouden wij tegen het verkeer in moeten rijden (spookrijden) om dezelfde afslag te nemen als desbetreffend voertuig. Als wij de N201 verder zouden uitrijden komen wij uit op de Van Heuven Goedhartlaan. Echter is dit totaal niet in de buurt van de afslag die desbetreffend voertuig heeft genomen en ben je het zicht op het voertuig dus kwijt.”
7. Het hof ziet in hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de meting. In de gebruikershandleiding van de UltraLyte, waarvan de advocaat-generaal in hoger beroep de relevante pagina’s heeft overgelegd, staat dat de maximum meetafstand voor de UltaLyte LR 1.000 meter bedraagt. Voor zover bij de meting geen statief is gebruikt doet dit niet af aan de betrouwbaarheid daarvan. In het arrest waarnaar de gemachtigde heeft verwezen heeft het hof geoordeeld dat uit de “Leerstof LaserPatrol Lasersnelheidsmeter’ kan worden afgeleid dat het gebruik van een statief niet zozeer is vereist in verband met de betrouwbaarheid van de meting, maar meer ziet op het gebruikscomfort.
8. De grond van de gemachtigde dat uit het dossier niet blijkt welke ambtenaar de meting heeft verricht, mist feitelijke grondslag. Uit het dossier blijkt namelijk dat de meting is verricht door ambtenaar [verbalisant1] . Het hof ziet geen aanleiding om te twijfelen aan diens bekwaamheid om een lasergun te bedienen, te meer nu in hoger beroep door de advocaat-generaal een certificaat Instructie Laser Gun TruSpeed LR van deze ambtenaar is overgelegd. De werking van elk merk of type lasergun dat bij de Nederlandse politie in gebruik is berust op hetzelfde principe, zodat mag worden aangenomen de ambtenaar ook bekwaam is een ander type laserapparaat te bedienen dan het type waarvoor hij over een certificaat beschikt (vgl. het arrest van het hof van 5 augustus 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:7541). Aldus kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
9. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
10. In de ten tijde van de gedraging geldende Instructie is voor zover hier van belang het volgende vermeld:
“Juridisch gezien is er geen bezwaar tegen het verbaliseren op kenteken bij gebruik van de lasergun. Omdat echter bij het gebruik van de lasergun meestal geen fotografische- of videoregistratie van de gedraging of overtreding plaatsvindt, moet in beginsel tot staandehouding worden overgegaan. Als bij het gebruik van de lasergun toch tot het verbaliseren op kenteken wordt overgegaan zonder fotografische of videoregistratie, moet dit in het proces-verbaal of de beschikking worden gemotiveerd.”
11. In de Instructie is, gelet op de tekst daarvan, een voorbehoud opgenomen; er is ruimte om van staandehouding af te zien. In dit geval is voldaan aan de in de Instructie gestelde voorwaarde dat de keuze voor verbaliseren op kenteken moet worden gemotiveerd. In het zaakoverzicht en de processen-verbaal van 7 maart 2021 en 1 juli 2022 is uitgelegd hoe de controle heeft plaatsgevonden en waarom staandehouding niet mogelijk was. Gelet hierop kan niet worden geoordeeld dat is gehandeld in strijd met de Instructie.
12. De - voor de mogelijkheid van staandehouding van belang zijnde - keuze van de ambtenaar voor de wijze waarop een verkeerscontrole wordt uitgevoerd leent zich slechts voor een uiterst marginale toetsing door de rechter (zie het arrest van dit hof van 27 augustus 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:8218). De hier toegepaste werkwijze kan die toetsing doorstaan. Gelet op de door de ambtenaar geschetste omstandigheden was er in dit geval geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder van het voertuig en mocht de ambtenaar volstaan met het bekeuren op kenteken. De sanctie is dan ook terecht met toepassing van artikel 5 van Pro de Wahv aan de betrokkene als kentekenhouder opgelegd.
13. De aangevoerde gronden treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.