Uitspraak
1.1A.
hij in of omstreeks de periode van 14 juni 2011 tot en met 7 oktober 2014, te [plaats 1] , in de gemeente [gemeente] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens)
hij op of omstreeks 1 september 2012, te [plaats 1] , althans in de gemeente [gemeente] , een persoon, genaamd [slachtoffer 2] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten: een gebroken schouder) heeft toegebracht, door deze opzettelijk meermalen (met kracht) tegen het lichaam te schoppen en/of te trappen en/of te slaan en/of te stompen;
hij op of omstreeks 1 september 2012, te [plaats 1] , (althans) in de gemeente [gemeente] , opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 2] ), meermalen, althans eenmaal, tegen het lichaam en/of het hoofd heeft geschopt en/of getrapt en/of geslagen en/of gestompt, ten gevolge waarvan deze zwaar lichamelijk letsel (te weten een gebroken rechter schouder), althans enig lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;
hij in of omstreeks de periode van 26 mei 2014 tot en met 7 oktober 2014, te [plaats 1] , althans in de gemeente [gemeente] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, zich opzettelijk mondeling jegens [slachtoffer 1] en/of [getuige 1] en/of [getuige 2] en/of [getuige 3] en/of [getuige 4] , heeft geuit, kennelijk om dier/diens vrijheid om naar waarheid en geweten ten overstaan van een rechter en/of (een) (politie)ambtena(a)r(en) een verklaring af te leggen te beïnvloeden, terwijl hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat die verklaring zou worden afgelegd, immers heeft, verdachte en/of verdachtes mededader(s) tijdens (een) telefoongesprek(ken) en/of tijdens opgenomen vertrouwelijke communicatiegesprekken (zogenoemde OVC-gesprekken) tegen - [slachtoffer 1] gezegd: "broer, als ze iets vragen over die hoerenzoon dan moet je "nee" zeggen want daarom houden ze oom vast" en/of "zeg dat maar, zeg maar: hij heeft ook tegen ons gelogen, hij heeft ook tegen mij gelogen en is toen weggelopen moet je zeggen" en/of
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 7 oktober 2014, te [plaats 1] , althans in de gemeente [gemeente] , opzettelijk een hoeveelheid (contant) geld, te weten (in totaal) ongeveer 51.000,= euro, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele toebehorende aan de Turkse Vereniging Ataturk, in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, welk geld verdachte anders dan door misdrijf, te weten als voorzitter/bestuurslid van voornoemde vereniging en onder gehoudenheid om dat geld voor de vereniging te bewaren, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
hij op of omstreeks 7 oktober 2014 te [plaats 1] , (althans) in de gemeente [gemeente] , tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, een of meer wapens van categorie III, te weten een semi automatisch pistool, merk Makarov, kaliber 9 mm K(urtz) en/of munitie van categorie III, te weten 8 centraalvuur kogelpatronen, merk Gerco, kaliber 9 mm, voorhanden heeft gehad;
hij op of omstreeks 26 april 2014 te [plaats 1] , (althans) in de gemeente [gemeente] , opzettelijk mishandelend zijn echtgenoot, althans een persoon, te weten [slachtoffer 3] , tegen het hoofd, althans het lichaam heeft geslagen en/of gestompt.
hij op of omstreeks 26 februari 2014, te [plaats 1] , in de gemeente [gemeente] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval aanwezig heeft gehad, 100 gram cocaïne, zijnde cocaïne (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.
De door verdachte op de terechtzitting van de rechtbank Noord-Nederland d.d. 24 september 2018 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:
Een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming van Politie Noord-Nederland d.d. 26 januari 2015, opgenomen in map J-1 op pagina 176 e.v. van het dossier IJsland, inhoudende als relatering van verbalisant:
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verdovende middelen van Politie Noord-Nederland d.d. 4 november 2014, opgenomen in map J-1 op pagina 14 e.v. van het dossier IJsland, inhoudende als relatering van verbalisanten:
Een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming van Politie Noord-Nederland d.d. 3 maart 2014, opgenomen in map J-1 op pagina 357 e.v. van het dossier IJsland, inhoudende als relatering van verbalisant:
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verdovende middelen van Politie Drenthe d.d. 10 maart 2014, opgenomen in map J-1 op pagina 359 e.v. van het dossier IJsland, inhoudende als relatering van verbalisanten:
Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, zaaknummer 2014.03.12.100, d.d. 10 april 2014, opgenomen in map J-1 op pagina 363 e.v., opgemaakt door A.B.M. van Esch - De Bruin, op de door haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudende als haar verklaring:
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 5 maart 2014, opgenomen in map C-1 op pagina 274 e.v. van het dossier IJsland, inhoudende als relatering van verbalisant:
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen politiële informatie inwinner van het Korps landelijke politiediensten d.d. 26 februari 2014, opgenomen in map C-1 op pagina 286 e.v. van het dossier IJsland, inhoudende als relatering van verbalisant [verbalisant 1] :
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen pseudokoper van de Landelijke Eenheid d.d. 26 februari 2014, opgenomen in map G op pagina 118 e.v. van het dossier IJsland, inhoudende als relatering van verbalisant [verbalisant 3] :
[handlers]overhandigde ik de witte plastic zak met de witte substantie en de zwarte plastic zak met de vermoedelijke hennep.
[verdachte] (sh)
[medeverdachte 2] geeft aan dat hij door het slechte werk van [slachtoffer 4] niet aan zijn eigen werk toekomt. [medeverdachte 2] wil dat [slachtoffer 4] zijn tijd beter gaat indelen om zo het werk beter te kunnen doen. [medeverdachte 2] vindt dat [slachtoffer 4] wel wat actiever kan zijn. [slachtoffer 4] belooft beterschap. [52]
J: Het is maar 3-4 keer per jaar.
[verdachte] (sh)
I: Nou vooruit dat! 3 uur (terug) is niet te accepteren maar voorruit dat maar. (…)
[medeverdachte 2] wordt boos op [slachtoffer 4] .
I: Zeg niet hoe tegen me!! Zeg niet hoe tegen me!! Ik sla je smoel helemaal kapot. Stommerd. [59]
[getuige 2] vraagt [slachtoffer 4] de zaak te sluiten dan kunnen ze ergens anders zitten. [slachtoffer 4] past hiervoor omdat broer nog zou kunnen bellen. [slachtoffer 4] heeft weleens commentaar gekregen omtrent het feit dat hij de zaak te vroeg sluit. Klanten die om 01.00 uur voor een dichte deur stonden. [slachtoffer 4] vraagt zich af wie [verdachte] dat heeft verteld. Daarvoor moet je bij hem wezen zegt [getuige 2] . Hij moet zich doodschamen. Hij is niet eerlijk, hij is niet zichzelf zegt [slachtoffer 4] . Hij is gemeen zegt [getuige 2] . Ja zegt [slachtoffer 4] . [62]
Uit de tapgespreken blijkt dat zowel [verdachte] als [medeverdachte 2] [slachtoffer 4] dagelijks bellen en vragen waar hij is, wat hij doet en/of waar hij blijft. [63] Ook geven ze [slachtoffer 4] instructies. Bijvoorbeeld dat hij achter de bar moet blijven [64] of dat hij terug moet komen omdat [medeverdachte 2] weg moet. [65]
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige van Politie Noord-Nederland d.d. 12 november 2014, opgenomen in map C-2 op pagina 184 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 3] :
Een schriftelijk bescheid, inhoudende de uitwerking van een OVC-gesprek d.d. 18 juni 2014 tussen [medeverdachte 2] en [verdachte] , opgenomen in map F-4, van het dossier IJsland:
namensof
vande vereniging. Primair kan niet worden vastgesteld dat het geld van de vereniging was en overigens blijkt ook niet uit het dossier dat de vereniging nog over een dergelijk geldbedrag de beschikking had. Subsidiair kan niet worden bewezen dat verdachte het geld wederrechtelijk heeft toegeëigend aangezien hij het geld heeft gebruikt overeenkomstig de doelstellingen van de vereniging.
Op de achtergrond wordt nog geteld door [verdachte] .
1.1A.
hij in de periode van 14 juni 2011 tot en met 7 oktober 2014, te [plaats 1] , tezamen en in vereniging met een ander, [slachtoffer 1] , door dreiging met geweld, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie, heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, immers hebben, verdachte en zijn mededader,
hij in de periode van 26 mei 2014 tot en met 7 oktober 2014, te Delfzijl, tezamen en in vereniging met een ander, zich opzettelijk mondeling jegens [getuige 4] , heeft geuit, kennelijk om dier vrijheid om naar waarheid en geweten ten overstaan van een rechter en/of politieambtenaren een verklaring af te leggen te beïnvloeden, terwijl hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat die verklaring zou worden afgelegd, immers heeft, verdachtes mededader tijdens gesprek tegen
hij in de periode van 1 januari 2012 tot en met 7 oktober 2014, te [plaats 1] , opzettelijk, geld, te weten ongeveer 41.000,= euro, toebehorende aan de Turkse Vereniging Atatürk, welk geld verdachte anders dan door misdrijf, te weten als voorzitter van voornoemde vereniging, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
hij op 7 oktober 2014 te [plaats 1] , tezamen en in vereniging met een ander, een wapen van categorie III, te weten een semi automatisch pistool, merk Makarov, kaliber 9 mm K(urtz) en munitie van categorie III, te weten 8 centraalvuur kogelpatronen, merk Gerco, kaliber 9 mm, voorhanden heeft gehad;
hij op 26 februari 2014, te [plaats 1] , opzettelijk heeft verkocht en verstrekt, 100 gram cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.
gevangenisstrafvoor de duur van
37 (zevenendertig) maanden.
teruggaveaan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: