ECLI:NL:GHARL:2021:5641
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over opstalverzekering en medewerkingsplicht bij waterschade
Deze civiele zaak betreft een geschil tussen een verzekerde en Achmea over de dekking van waterschade onder een opstalverzekering en de medewerkingsplicht van de verzekerde aan nader onderzoek. Na eerdere lekkages in 2006 en 2007 meldde de verzekerde in 2014 opnieuw waterschade, waarna Achmea meerdere deskundigen inschakelde. De verzekerde werkte echter niet mee aan een bouwkundig onderzoek, ondanks herhaalde waarschuwingen.
Het hof oordeelt dat de medewerkingsplicht van de verzekerde, zoals opgenomen in de polisvoorwaarden en de wettelijke bepalingen (artikel 7:941 BW Pro), verder gaat dan alleen het verstrekken van informatie en ook het toelaten van onderzoek omvat. Door de weigering van de verzekerde om mee te werken, kon Achmea de oorzaak van de schade niet vaststellen, wat haar in haar redelijke belang schaadde.
Als gevolg hiervan verviel het recht op uitkering. Daarnaast was de tussentijdse opzegging van de verzekering door Achmea gerechtvaardigd, omdat het gedrag van de verzekerde de vertrouwensrelatie ernstig had beschadigd. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de verzekerde in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de verzekerde onvoldoende medewerking verleende waardoor het recht op uitkering vervalt en de verzekering terecht tussentijds is opgezegd.