Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
lasten van de lening aangegaan voor de aankoop door partijen van het bouwperceel te
- lasten, verbonden aan de schuld in rekening-courant van de man aan Beleggingsmaatschappij [naam1] B.V., voor zover het betreft de hoogte van die schuld op de datum, waarop deze overeenkomst door beide partijen is ondertekend;
- de omstandigheid, dat zijn salaris per maand niet is c.q. wordt verhoogd met een bedrag, dat bruto gelijk is aan het salaris, dat de vrouw tot en met september 1987 maandelijks van Beleggingsmaatschappij [naam1] B.V. heeft ontvangen, en/of financiële
4.De omvang van het geschil
- primairzijn alimentatieverplichting jegens de vrouw te beëindigen met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, althans een termijn te bepalen binnen welke zijn alimentatieverplichting jegens de vrouw definitief zal eindigen en de vrouw te veroordelen tot terugbetaling van hetgeen hij vanaf de datum van indiening van het verzoekschrift ten titel van partneralimentatie aan de vrouw heeft betaald;
- subsidiairzijn alimentatieverplichting jegens de vrouw op nihil te stellen met
subsidiair
- in het principaal hoger beroepde verzoeken van de man af te wijzen, en
- in het incidenteel hoger beroepde bestreden beschikking (gedeeltelijk) te vernietigen en, opnieuw beschikkende, uitvoerbaar bij voorraad,