ECLI:NL:GHARL:2020:289
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling eigendom en erfdienstbaarheid westelijke brug tussen percelen in Noorderpark
In deze civiele zaak staat centraal of appellante eigenaar is van de westelijke brug die haar perceel K1168 verbindt met haar achtergelegen perceel K1144, en of zij op grond van erfdienstbaarheid nr. 378 een recht heeft om over de brug en percelen van geïntimeerde te gaan en te komen.
Appellante stelt dat de brug door natrekking haar eigendom is geworden en dat erfdienstbaarheid nr. 378 haar het recht geeft het perceel K1144 te bereiken via de brug en percelen van geïntimeerde. Geïntimeerde heeft de brug gedeeltelijk gesloopt, waarop appellante herstel vordert.
Het hof oordeelt dat erfdienstbaarheid nr. 378 niet ziet op het recht om over de westelijke brug te gaan, omdat kavel K1168 niet in de erfdienstbaarheid is betrokken en de tekst van de erfdienstbaarheid alleen rechten geeft tussen andere kavels. Ook ontbreekt een erfdienstbaarheid voor het hebben, houden en onderhouden van de westelijke brug. De eigendom van de brug is, indien al natrekking speelt, gedeeld tussen de eigenaren van de aangrenzende percelen K1168 en K1139.
De grieven van appellante falen, de eerdere vonnissen worden bekrachtigd en appellante wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van appellante af en bekrachtigt de eerdere vonnissen, waarbij appellante wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.