Uitspraak
Deloitte,
1.Harlingen Holding Industries B.V.,
HHI,
2. [geïntimeerde2] ,
3. [geïntimeerde3] ,
HHI c.s.,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het geschil betreft een vrijwaringszaak waarin Deloitte Accountants B.V. haar opdrachtgevers, Harlingen Holding Industries B.V. en anderen, aanspreekt nadat deze door de curator in het faillissement van een dochtervennootschap werden aangesproken wegens onrechtmatige daad. De moedermaatschappij HHI staat aan het hoofd van een groep waartoe onder meer Welsec Schilders- en Classificeerbedrijf B.V. en Nieuwbouw- en Reparatiebedrijf Welgelegen B.V. behoren, die in de industriehaven van Harlingen actief waren.
De Staat der Nederlanden stelde deze dochtervennootschappen aansprakelijk voor saneringskosten van de Industriehaven, wat leidde tot een veroordeling door de rechtbank en gedeeltelijke vernietiging door het hof. Na het faillissement van Welsec stelde de curator HHI c.s. en Deloitte aansprakelijk wegens onrechtmatig handelen en onbehoorlijk bestuur.
De rechtbank wees de vorderingen tegen Deloitte af en liet Deloitte HHI c.s. in vrijwaring oproepen. In hoger beroep bevestigt het hof het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering van Deloitte af, mede omdat in een gelijktijdig arrest de curator's vorderingen tegen Deloitte eveneens zijn afgewezen. Deloitte wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Het arrest is gewezen door mr. I. Tubben, mr. M.W. Zandbergen en mr. M.A.L.M. Willems en uitgesproken op 24 maart 2020.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering van Deloitte tot vrijwaring af.