ECLI:NL:HR:2022:118

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 februari 2022
Publicatiedatum
3 februari 2022
Zaaknummer
20/02968
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROWet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in vrijwaringszaak met samenhang hoofdzaak

In deze zaak heeft Deloitte Accountants B.V. cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 24 maart 2020, betreffende een vrijwaringszaak die samenhangt met een hoofdzaak. Verweerders, gezamenlijk aangeduid als HHI c.s., zijn in cassatie verstek gebleven.

De Hoge Raad heeft de klachten van Deloitte beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie was het niet noodzakelijk om de klachten nader te motiveren omdat geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht aan de orde waren.

Het beroep is verworpen en Deloitte is veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, welke nihil zijn begroot aan de zijde van HHI c.s. Het arrest is gewezen door vijf raadsheren en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Wattendorff op 4 februari 2022.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Deloitte wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/02968
Datum4 februari 2022
ARREST
In de zaak van
DELOITTE ACCOUNTANTS B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: Deloitte,
advocaten: J. de Bie Leuveling Tjeenk en G.J. Harryvan,
tegen
1. HARLINGEN HOLDING INDUSTRIES B.V.,
gevestigd te Harlingen,
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
3. [verweerder 3],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: HHI c.s.,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/17/136561 / HA ZA 14-350 van de rechtbank Noord-Nederland van 19 juli 2017;
het arrest in de zaak 200.252.264/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 maart 2020.
Deloitte heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen HHI c.s. is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt Deloitte in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van HHI c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, C.H. Sieburgh, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op
4 februari 2022.