Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
3.De eerste aanleg
4.De motivering van de beslissing
- deze huurovereenkomst voor vijf jaar was afgesloten en dus nog voortduurde tot eind februari 2017;
- de huurinkomsten op dat moment nog de enige bron van inkomsten van Nowa Wies waren;
- UBC zich niet heeft vergewist van mogelijke alternatieven voor deze beëindiging door Nowa Wies;
- UBC zich niet heeft vergewist van de daadwerkelijke financiële positie van [huurder] (die, naar kenbaar was, in [plaats] een andere onderneming exploiteerde);
- niet is gesteld of gebleken dat er enig uitzicht was voor Nowa Wies op een nieuwe huurder ter vervanging van [huurder] , en daarmee een nieuwe bron van inkomsten;
- niet is gesteld of gebleken dat UBC niet anders kon handelen.