Uitspraak
[appellant],
1.SC Raw Materials B.V.,
Raw Materials,
2. [geïntimeerde2] ,
[geïntimeerde2] jr.,
3. [geïntimeerde3] ,
[geïntimeerde3] sr.,
4. [geïntimeerde4] ,
[geïntimeerde4],
5. SC Investment Group B.V.B.A.,
Investment Group,
6. [geïntimeerde6] ,
[geïntimeerde6],
[geïntimeerden] c.s.,
[appellant],
7.Leaderland TTM B.V.,
Leaderland TTM,
8. Leaderland TTM I B.V.,
TTM I,
9. Leaderland TTM II B.V.,
TTM II,
10. Leaderland TTM III B.V.,
TTM III,
de Leaderlandvennootschappen,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.Geweigerde productie
5.De vaststaande feiten in alle zaken
een gebrek aan vertrouwen", "
het overtreden van financiële discipline", "
het verstrekken van onjuiste gegevens over contracten", "
het liegen over marktprijzen voor grondstoffen", "
het misbruik maken van zijn positie" en "
het gebruik van financiële middelen van het bedrijf en het niet teruggeven daarvan".
Arbitrazhnyi Sud)van beroep" te Sint Petersburg de verkoop van aandelen in OOO Soyuz TTM door de Leaderlandvennootschappen aan OOO Soyuz Corporation ongeldig verklaard en teruglevering van de aandelen in Soyuz TTM bevolen. [geïntimeerde3] sr. heeft op 7 oktober 2015 in naam van Leaderland TTM bij het "Arbitragehof van het Noordwest arrondissement" (
Arbitrazhnyi Sud sewero-zapadnowo okruga)te Sint Petersburg cassatieberoep ingesteld tegen deze uitspraak. Namens Leaderland TTM, TTM I, TTM II en TTM III is een dergelijk beroep op 14 augustus 2015 ingesteld door [J] .
Leaderlandkan worden gelezen: Leaderland
TTM). Met [geïntimeerde3] is [geïntimeerde3] sr. bedoeld.
maakt het niet anders, nog daargelaten dat [appellant] succesvol hoger beroep tegen de uitspraak heeft aangetekend. Ook de op zichzelf staande en door [appellant] betwiste verklaring van de heer [L] maakt dit niet anders. Feit is bovendien dat de inschrijving van Foods Ingredients B.V. i.o. weer is doorgehaald. Het door [geïntimeerde3] geëntameerde voorlopig getuigenverhoor kan uiteraard leiden tot een andere conclusie, maar dat zal te zijner tijd dan moeten blijken.
6.De beoordeling van de grieven en de vordering in alle zaken
Arbitrazhnyi Sud sewero-zapadnowo okrugate Sint Petersburg van 18 november 2015, die inmiddels in hoogste instantie in Rusland onherroepelijk is bevestigd door de uitspraak van de
Verkhovnii Sud Rossiiskoi Federatsiivan 9 juni 2016. Die uitspraken komen er volgens [geïntimeerden] c.s. op neer dat naar Russisch recht bezien tot in hoogste instantie niet is gebleken van enig juridisch laakbaar handelen bij de verwijten die in Nederland in de OK-procedure centraal staan. Dit definitieve oordeel van de hoogste rechter is in stand gebleven, ondanks protesten en herzieningsverzoeken van [appellant] dan wel van de Leaderland vennootschapen, zo blijkt uit de uitspraak van 21 oktober 2016 van het
Arbitrazhnyi Sud sewero-zapadnowo okrugate Sint Petersburg en de meest recente uitspraak van datzelfde gerecht van 31 januari 2017 (producties 8 tot en met 11).
Zoals de Ondernemingskamer reeds in haar beschikking van 18 maart 2014 heeft geconstateerd, zijn (vrijwel) alle activa van de vennootschappen verkocht aan [geïntimeerde3]
'dat er aanwijzingen zijn dat hieraan te snel gehoor is gegeven, maar dat de feiten niet eenduidig genoeg zijn om, zonder nader onderzoek, op basis hiervan tot een wanbeleidoordeel te komen en dat dit laatste ook geldt voor de Peters Inc. kwestie.'
voorzover [geïntimeerde3] twijfel uit aan de inactiviteit van de vennootschappen, kan daaraan geen waarde worden gehecht(…)."
Leaderland lijkt een zinkend schip. Leaderland heeft geen kantoor. [H] en onderzoeker [F] zijn op 19 april 2014 op bezoek geweest op het kantooradres van Leaderland, maar het bleek inmiddels het kantoor van SC Raw Materials te zijn, waar zij onverwacht door [geïntimeerde3][hof: sr]
werden ontvangen. Niets in het kantoor wees op enige activiteit van Leaderland. Ook uit de aan [H] ter beschikking gestelde administratie bleek niet van enige activiteit. In haar hoedanigheid van directeur is zij ook nooit door een marktpartij benaderd.”
gezamenlijkeen instrumentele rol gespeeld - en wel via [geïntimeerde3] sr., [geïntimeerde6] en [geïntimeerde4] - die heeft bijgedragen aan, en in zoverre het gevaar in het leven heeft geroepen voor het toebrengen van de hiervoor in rov. 6.37 besproken schade van [appellant] . De kans op het ontstaan van deze schade als gevolg van die instrumentele rol had Raw Materials en SC Investment Group daarvan behoren te onthouden. De kennis en kwade opzet van de feitelijke bestuurders van deze vennootschappen, en derhalve hun onrechtmatig handelen tegenover [appellant] , heeft in het maatschappelijk verkeer te gelden als handelen van de rechtspersoon en moet daarom ook aan die vennootschappen zelf worden toegerekend. Gelet daarop oordeelt het hof, met toepassing van artikel 25 Rv Pro, dat de conclusie moet zijn dat Raw Materials en SC Investment Group op grond van toerekening naast en tezamen met [geïntimeerde3] sr., [geïntimeerde6] en [geïntimeerde4] tegenover [appellant] aansprakelijk zijn voor de door [appellant] geleden schade.
in eerste aanlegaan de zijde van [appellant] in de zaak met nummer 200.176.618 zullen worden vastgesteld op:
€ 2.619,31
in hoger beroepaan de zijde van [appellant] in de zaak met nummer 200.176.618 zullen worden vastgesteld op:
405,19