Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellant]
[appellante 1],
Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Boerenleenbank B.A.en van
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
3.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
4.De beoordeling van de grieven en de vorderingen
“dat zijn in oktober 2010 waardeloze aandelen toch weer waarde zouden (kunnen) krijgen”indien een faillissement kon worden vermeden. Daarom is de mogelijkheid van schade op dit punt aannemelijk. Al met al geldt ook deze door Rabobank aanvaarde overdracht als zeer nadelig voor [appellanten] Of Rabobank daartoe bemiddelend opdrachtnemer is geweest, zoals [appellanten] aanvoeren en Rabobank betwist, behoeft dan geen beantwoording meer.