ECLI:NL:GHARL:2017:2667
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid of borgtocht bij niet-geregistreerd pandrecht
In deze zaak staat centraal of tussen partijen hoofdelijke aansprakelijkheid of borgtocht is overeengekomen en de gevolgen van het niet registreren van een pandrecht. Op 26 maart 2014 sloot de schuldeiser een leningsovereenkomst met de B.V. van de appellant, waarbij appellant zich mede borg stelde. De B.V. ging failliet en het pandrecht op bedrijfsauto's bleek niet rechtsgeldig gevestigd door het ontbreken van registratie.
De rechtbank wees de vordering van de schuldeiser toe en wees de reconventionele vordering van appellant af. Het hof oordeelt dat de overeenkomst borgtocht betreft, niet hoofdelijke aansprakelijkheid, omdat appellant zich slechts als borg heeft verbonden en niet als mede-lener. Tevens is vastgesteld dat de schuldeiser tekort is geschoten in zijn zorgplicht door het pandrecht niet te registreren, wat de verhaalsmogelijkheden van de borg heeft aangetast.
Het gevolg is dat de schuldeiser schadevergoeding aan de borg moet betalen, die het hof stelt op de helft van het schadebedrag, omdat ook de borg aan de schade heeft bijgedragen. De vordering van de schuldeiser tegen de borg blijft bestaan, maar wordt verminderd met de toegekende schadevergoeding. Het hof bekrachtigt het vonnis voor de conventionele vordering en vernietigt het vonnis voor de reconventionele vordering, waarbij het arrest uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat sprake is van borgtocht en kent aan appellant een schadevergoeding toe wegens het niet registreren van het pandrecht, waardoor zijn betalingsverplichting wordt verminderd.