Uitspraak
[verzoeker],
UPS,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
scan historyvan de pakketten en het opzoeken, bekijken en analyseren van de camerabeelden van de loods waarin deze pakketten werden verwerkt. De camerabeelden van 27 oktober 2015 waren inmiddels gewist. Na analyse van de camerabeelden van 3 en 18 december 2015 heeft de afdeling Security op 12 januari 2016 de personen gehoord die in aanraking zijn geweest met de pakketten van 3 en 18 december 2015, namelijk [verzoeker] , [teamleider 2] en [center clerk] . Met [center clerk] heeft de afdeling Security op 13 januari 2016 nog een tweede gesprek gevoerd.
4.De verzoeken aan de kantonrechter en de beoordeling daarvan
5.De beoordeling in hoger beroep
grieven I tot en met IVbetwist [verzoeker] dat sprake is van een dringende reden voor ontslag. Grief I zoomt in op de volgende zin in de onder 3.8 weergegeven brief: "
Niet alleen heeft u meerdere malen spullen meegenomen van onze klanten, tevens heeft u andere collega’s hierbij betrokken."Volgens [verzoeker] is niet bewezen dat hij spullen heeft meegenomen, laat staan dat dit meerdere malen is gebeurd, zodat hij daarbij ook geen andere collega's betrokken kan hebben. In grief II gaat [verzoeker] nader in op het pakket van
zijde opgegeven reden(en) als juist erkent en als dringend aanvaardt (vgl. HR 23 april 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC0939, NJ 1993/504; HR 26 april 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2052, NJ 1996/609; HR 7 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3126, NJ 2014/498). Daaraan voegde de Hoge Raad toe dat een ontslaggrond niet onder alle omstandigheden aan de wederpartij behoeft te worden meegedeeld. Mededeling kan achterwege blijven in het uitzonderlijke geval dat het voor de werknemer aanstonds duidelijk is welke dringende reden tot de opzegging heeft geleid, althans dat daaromtrent bij de werknemer, gelet op de omstandigheden van het geval, in redelijkheid geen enkele twijfel kan bestaan.
grieven V en IXkomt [verzoeker] op tegen de afwijzing van de door hem verzochte transitievergoeding, omdat hij niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.
grief VII, waarin [verzoeker] stelt dat de kantonrechter zijn verzoeken ten onrechte heeft afgewezen en hem ten onrechte in de proceskosten heeft veroordeeld, zal worden aangehouden tot de eindbeschikking.
6.De beslissing
31 maart 2017in vijfvoud dient toe te zenden aan de griffier;
Zwolleaan Schuurmanstraat 2, 8011 KP Zwolle en wel op een nader door deze vast te stellen dag en tijdstip;
31 maart 2017, waarna dag en uur van het verhoor (ook indien voormelde opgave van een of meer van partijen ontbreekt) door de raadsheer-commissaris zullen worden vastgesteld;