Uitspraak
in eerste aanleg: verweerster,
in eerste aanleg: verzoeker,
1.1. Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de brief van 17 oktober 2017 van de zijde van JVH, met 3 producties;
primair: voor recht te verklaren dat het ontslag op staande voet, zoals door JVH op 17 januari 2017 aan [verweerder] is verleend, rechtsgeldig is, alsmede [verweerder] te veroordelen tot terugbetaling van het salaris en de wettelijke verhoging over de periode van 17 januari 2017 tot 14 februari 2017, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover;
3.De feiten
4.Het verzoek aan de kantonrechter en de beoordeling daarvan
- de opzegging van de arbeidsovereenkomst van 17 januari 2017 vernietigd;
5.De beoordeling in hoger beroep
Doorgaans wordt het beroep van de werknemer op de tweede uitzonderingsgrond in art. 7:629a lid 2 BW afgewezen en volgt niet-ontvankelijkheid. De heersende lijn lijkt te zijn dat van een werknemer verwacht mag worden serieuze pogingen te ondernemen om een deugdelijke deskundigenverklaring aan te vragen wanneer zijn arbeidsongeschiktheid wordt betwist door de werkgever.
Volgens art. 7:629a lid 1 BW wijst de rechter een loonvordering als bedoeld in art. 7:629 BW Pro af, indien bij de eis niet een verklaring is gevoegd van een zogenoemde UWV-deskundige omtrent de verhindering van de werknemer om de bedongen of andere passende arbeid te verrichten. Dit voorschrift geldt volgens lid 2 van die bepaling echter niet indien het overleggen van de verklaring in redelijkheid niet van de werknemer kan worden gevergd.
Het hof zal [verweerder] als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van beide instanties veroordelen.
De kosten voor de procedure in eerste aanleg aan de zijde van JVH zullen tot aan de bestreden beschikking worden vastgesteld op nihil voor griffierecht en op € 286 voor salaris gemachtigde overeenkomstig het liquidatietarief (twee punten, € 143 per punt).
De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van JVH zullen tot aan deze beschikking worden vastgesteld op € 716 voor griffierecht en op € 1.788 voor salaris advocaat overeenkomstig het liquidatietarief (twee punten, tarief II in hoger beroep).