Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.de rechtspersoon naar vreemd recht Alstom,
Grid Solutions S.A.S.(voorheen Alstom Grid S.A.S.),
Cogelex,
Alstom Holdings,
aranne B.V.,
1.Het geding in eerste aanleg
26 oktober 2011, 29 februari 2012, 16 mei 2012 en 1 augustus 2012 die de rechtbank Arnhem en van 1 mei 2013, 14 augustus 2013, 24 september 2014, 15 april 2015 en 10 juni 2015, zoals gecorrigeerd op 10 juli 2015, die de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem heeft gewezen.
‘een vertrouwelijkheidsregime’ betreffende, kortweg, vertrouwelijke bedrijfsgegevens,
3.De motivering van de beslissing in de incidenten
€ 6.509.338,- en na vermeerdering van eis) € 14.100.000,- vermeerderd met de wettelijke rente en de proceskosten. TenneT c.s. hebben zich daarbij onder meer gebaseerd op een rapport van bureau Lexonomics met als titel ‘
Berekening van de schade van het GIS-kartel voor TenneT TSO B.V. en Saranne B.V. als gevolg van de aankoop van GIS-schakelstations bij ABB en Alstom’(hierna: het Lexonomics-rapport).
bescheiden die zien op de (mogelijke) doorberekening van schade’ onder 3.9 overwogen, dat daarbij geldt
Alstom c.s. opgeworpen. Zij wilden op die wijze, kort gezegd, de gelegenheid krijgen om (ook) in de onderhavige procedure het rapport en de berekening van Lexonomics, waarvan TenneT c.s. zich in deze procedure voor de begroting van haar schade bedient, aan te vechten.
24 september 2014) mede op grond van het Europese doeltreffendheidsbeginsel van oordeel dat het in de eerste plaats aan Alstom c.s. zelf was om inzicht te geven in haar eigen prijsberekening en kostprijsontwikkeling c.q. van die groepsleden. Zij achtte het desbetreffende verzoek van Alstom c.s. om aanhouding enerzijds tardief en overwoog anderzijds (onder 2.16) als volgt:
Alstom c.s. hebben betrekking op verschillende, niet met elkaar in verband staande projecten. Het enkele feit dat Alstom c.s. zich evenals ABB c.s. tegen de vordering van TenneT c.s. verweren onder meer met een beroep op een doorberekeningsverweer maakt dat niet anders. Over de door TenneT c.s. van Alstom c.s. gevorderde schadevergoeding zal het hof beslissen op basis van – alleen – de stellingen en verweren van die partijen, dit met in achtneming van het arrest van de Hoge Raad van 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1483 (TenneT c.s. – ABB c.s.). Indien dan wel Alstom c.s. dan wel TenneT c.s. gegevens van derden, onder wie ABB c.s., behoeven ter onderbouwing van hun stellingen en verweren, dan staat het hen vrij die gegevens in dit geding over te leggen. Indien dat geschiedt op de krachtens artikel 149 lid 1 Rv Pro vereiste wijze en deze gegevens in dit geschil komen vast te staan, dan dient het hof die gegevens in zijn beoordeling van het onderhavige geschil te betrekken. Het hof kan niet inzien dat daarvoor deelname van ABB c.s. aan dit geschil op voet van artikel 118 Rv Pro noodzakelijk of zinvol is.
Alstom c.s. dit naar hun mening aan zichzelf te wijten. Zij hebben immers nagelaten om op basis van eigen gegevens aan te tonen dat de prijsopslag die TenneT c.s. hebben geschat, onjuist zou zijn. Het Europese doeltreffendheidsbeginsel brengt mee dat van Alstom c.s. verwacht mag worden dat zij openheid geven over geheime verboden kartelafspraken, zodat beoordeeld kan worden hoeveel schade afnemers zoals TenneT c.s. daardoor hebben geleden.
gerechtvaardigde verwachting van Alstom c.s. in, geschonden.
4.De slotsom
5.De beslissing
de roldatum 4 oktober 2016voor memorie van antwoord;