Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellant],
[geïntimeerde],
1.Het geding in eerste instantie
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
dinsdag 8 maart 2016voor memorie van antwoord.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure tussen voormalige levenspartners staat de vraag centraal of geïntimeerde aanspraak kan maken op bijzonder partnerpensioen na beëindiging van de relatie met appellant. Appellant wijzigde zijn eis in hoger beroep en vordert vernietiging van het vonnis voor zover het de pensioenkwestie betreft.
Geïntimeerde verzette zich tegen deze eiswijziging, stellende dat het een geheel nieuwe vordering betreft en dat appellant geen partij is in de pensioenrechtsverhouding met Stichting [C]. Het hof overwoog dat appellant op grond van artikel 130 lid 1 Rv Pro juncto artikel 353 lid 1 Rv Pro bevoegd is zijn eis te wijzigen, mits dit niet leidt tot onredelijke vertraging of bemoeilijking van de verdediging.
Het hof stelde vast dat de eiswijziging tijdig en binnen de procesregels is ingediend en dat het hoger beroep juist bedoeld is om de procesvoering te verbeteren. De eiswijziging betreft geen geheel nieuwe vordering, maar sluit aan bij het reeds gevoerde debat over de pensioenrechten. Geïntimeerde krijgt voldoende gelegenheid om zich te verweren.
Daarom verwierp het hof de bezwaren tegen de eiswijziging en verwees de hoofdzaak naar de rol voor memorie van antwoord. De zaak wordt voortgezet met de gewijzigde eis van appellant.
Uitkomst: De bezwaren tegen de eiswijziging worden verworpen en de zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling.