Uitspraak
1.[appellante] ,
[appellante],
[appellant],
[appellanten],
Deutsche Bank,
1.Het geding in eerste instantie
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
4.De beslissing
dinsdag 31 mei 2016voor memorie van antwoord.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure in hoger beroep vorderen appellanten vernietiging van het vonnis van de rechtbank en afwijzing van de vorderingen van Deutsche Bank, alsmede een verklaring voor recht en schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen door Deutsche Bank.
De kern van het geschil betreft de opzegging van rekening-courantovereenkomsten en de gevolgen daarvan, waaronder melding van betalingsachterstanden bij het BKR. Appellanten stellen dat de opzegging onrechtmatig was en dat Deutsche Bank hierdoor onrechtmatig heeft gehandeld.
De eiswijziging in hoger beroep betreft onder meer een reconventionele vordering die voor het eerst in hoger beroep wordt ingesteld. Deutsche Bank betoogt dat deze wijziging strijdig is met de goede procesorde en leidt tot onredelijke vertraging en bemoeilijking van de verdediging.
Het hof oordeelt dat de eiswijziging tijdig is ingediend en dat het wettelijk stelsel inherent maakt dat het hof als feitelijke instantie recht doet op de gewijzigde eis. De bezwaren van Deutsche Bank worden verworpen omdat zij voldoende gelegenheid heeft om zich te verweren en de eiswijziging het proces niet onredelijk vertraagt.
De zaak wordt verwezen naar de rol voor voortzetting van de procedure op basis van de gewijzigde eis.
Uitkomst: De eiswijziging in hoger beroep wordt toegelaten en de bezwaren van Deutsche Bank worden verworpen.