Uitspraak
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna:
[appellante],
in eerste aanleg: eiseres,
Laigsingh,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de memorie van antwoord.
I. Laisingh alsnog in al haar vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, althans haar al deze vorderingen te ontzeggen;
II. Laisingh te veroordelen tot terugbetaling aan [appellante] van al hetgeen [appellante] aan Laigsingh - onverschuldigd - heeft betaald ter voldoening aan het bepaalde in het beroepen vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente over voormeld bedrag vanaf de dag van betaling door [appellante] aan Laigsingh tot de dag der algehele voldoening;
III. Laigsingh te veroordelen in de kosten vallende op beide instanties te vermeerderen met de wettelijke rente in zoverre betaling binnen veertien dagen na betekening van het ten deze te wijzen arrest uitblijft."
3.De feiten
"(…)1.(…) ten dezen handelend als schriftelijke gevolmachtigde van:mevrouw[appellante], (…) bij het verlenen van de volmacht handelend:a. voor zich in privé;hierna als zodanig te noemen:"de verkoper":b. als alleen/zelfstandig bevoegd bestuurder van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid:Balder B.V.(…)hierna als zodanig te noemen:"de vennootschap";(…)IV. DIRECTIEWISSELINGEr zal een directiewisseling in de vennootschap plaatsvinden, te weten: mevrouw [appellante] voornoemd treedt af als bestuurder van de vennootschap en genoemde stichting: Stichting Sanering Coevorden wordt tot bestuurder benoemd en wel met ingang van zesentwintig maart tweeduizend negen.De verkoper heeft uit hoofde van de uitoefening van de functie van bestuurder (danwel de beëindiging daarvan) geen rechten jegens de vennootschap en hij verleent de vennootschap volledige kwijting.De koper - handelend als aandeelhouder van de vennootschap - verleent verkoper kwijting en décharge voor het door hem gevoerde bestuur.(…)"
4.Het geschil en de beoordeling in eerste aanleg
"1. gedaagde te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiser te betalen de somma van € 28.518,07,- (in zegge: achtentwintigduizendvijfhonderdachttienenzeven), te vermeerderden met de wettelijke rente vanaf 8 mei 2009, danwel 1 juni 2009, danwel een door u.E. in goede justitie vast te stellen datum tot aan de dag der algehele voldoening; en
2. gedaagde te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiser te betalen, ten titel van de door eiseres gemaakte gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten ex artikel 6:96 lid 2 sub c BW, de somma van € 4.277,73,-- (in zegge: vierduizendtweehonderdzevenenzeventigdrieenzeventig euro's);
3. gedaagde te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiser te betalen een bedrag van € 2.500,-- ten titel van advocaatkosten danwel een vergoeding conform rapport Voorwerk II dan wel een vergoeding zoals U.E. in goede justitie voorkomt;
4. gedaagde te veroordelen in de kosten van de procedure waaronder begrepen salaris gemachtigde."
Als onvoldoende gemotiveerd betwist, gaat de rechtbank ervan uit dat Balder BV "spookfacturen" aan Laigsingh heeft verzonden en daarmee ten onrechte betaling van Laigsingh heeft verkregen.
De rechtbank oordeelt verder dat ervan moet worden uitgegaan dat [appellante] dit heeft toegelaten, omdat zij ten tijde van het verzenden van de "spookfacturen" bestuurder was. De rechtbank verwerpt het verweer van [appellante] dat zij met ingang van 26 maart 2009 geen bestuurder meer was.
5.Met betrekking tot de grieven
Grief IIIhoudt in dat de rechtbank ten onrechte is voorbijgegaan aan het verweer van [appellante] dat de Stichting Sanering Coevorden bij de aandelenoverdracht aan haar volledige kwijting en décharge heeft verleend voor het door haar gevoerde bestuur.
Het hof zal deze grieven gezamenlijk bespreken aan de hand van de hierna te noemen (deel)onderwerpen.
Bestuurder?
Aangezien [appellante] ten tijde van het verzenden van de spookfacturen als bestuurder in het handelsregister stond ingeschreven, is het in beginsel aan haar om feiten of omstandigheden te stellen die aannemelijk maken dat zij in werkelijkheid geen bestuurder meer was. Naar het oordeel van het hof heeft [appellante] daartoe onvoldoende gesteld. De enkele omstandigheid dat [appellante] het bestuur feitelijk heeft overgelaten aan [echtgenoot bestuurder stichting] , is daarvoor niet toereikend. Hierbij neemt het hof in aanmerking dat [appellante] in de akte van levering van de aandelen in Balder BV als bestuurder van Balder BV wordt genoemd (zie hiervoor onder 3.1.6). De enkele omstandigheid dat binnen Balder BV terugwerkende kracht aan de bestuurswisseling is toegekend, brengt niet mee dat [appellante] ten tijde van het verzenden van de spookfacturen geacht moet worden geen bestuurder meer te zijn geweest. Overigens bestond de Stichting Sanering Coevorden nog niet eens op 26 maart 2009 (de datum waarop "met terugwerkende kracht" volgens de inschrijving in het handelsregister op 8 juni 2009 de bestuurswisseling zou hebben plaatsgevonden). Aldus komt ook intern aan "de terugwerkende kracht" geen betekenis toe.
Bestuurdersaansprakelijkheid?
Indien een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, is uitgangspunt dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden is evenwel, naast aansprakelijkheid van die vennootschap, ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap. Voor het aannemen van zodanige aansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder ter zake van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Het antwoord op de vraag of de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt als zojuist bedoeld kan worden gemaakt, is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval. Zie HR 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2627, NJ 2015, 22, RCI Financial Services/K.
- de factuur ZM-0907001 d.d. 21 januari 2009 aan MPG Nederland B.V. (hierna: MPG) ad € 4.435,43;
- de factuur ZM 0907017 d.d. 6 maart 2009 aan Microsoft B.V. ad € 2.380,-.
De factuur aan MPG
Aan deze factuur lag wel degelijk een overeenkomst ten grondslag en de advertentie (van HP Nederland) is geplaatst op pagina 20-21 van het Zorgmagazine februari/maart 2009 (productie 5 bij de memorie van grieven). Achteraf bleek dat MPG het bewijsnummer, waarin de advertentie stond opgenomen, niet correct verwerkt had. MPG heeft de factuur dan ook ten onrechte niet betaald. Ten bewijze van het akkoord van MPG met plaatsing van deze advertentie heeft [appellante] een uitdraai overgelegd waaruit blijkt dat Arvato het materiaal voor deze advertentie heeft aangeleverd (productie 6 bij de memorie van grieven). Arvato is het reclamebureau, in opdracht waarvan MPG advertentieruimte bij Balder heeft ingekocht, aldus [appellante] .
De factuur aan Microsoft
De overige facturen
Ernstig verwijt?
Reeds ten tijde van het aangaan van de overeenkomst met Laigsingh wist [appellante] dan wel diende zij redelijkerwijze te begrijpen dat Balder BV haar verplichtingen niet zou voldoen en geen verhaal zou bieden.
was als bestuurder van Balder BV, een kleine onderneming met slechts twee werkzame personen (zijzelf en haar echtgenote), op de hoogte van de spookfacturen, dan wel had dit redelijkerwijze moeten zijn. Indien en voor zover [appellante] hiervan niet op de hoogte was, heeft zij over zich afgeroepen dat zij niet tijdig van juiste en toereikende informatie over de gang van zaken binnen de onderneming is voorzien en dat de misstanden binnen Balder BV zich aan haar waarneming konden onttrekken.
Er ontbrak een deugdelijke boekhouding bij Balder BV, zodat [appellante] haar bestuurstaak onbehoorlijk heeft vervuld.
Het kan niet anders zijn dan dat [appellante] als bestuurder op de hoogte is geweest van de zijdens Laigsingh gedane betalingen, waar geen enkele grond voor was anders dan de verzonden spookfacturen.
Of [appellante] wist van de jegens Laisingh gepleegde fraude kan in het midden blijven, aangezien zij hiervan op de hoogte had behoren te zijn. Van het feit dat zij heeft nagelaten hieraan een einde te maken kan haar dan ook een ernstig verwijt gemaakt worden.
Het verweer dat een derde, [echtgenoot bestuurder stichting] , feitelijk leiding heeft gegeven aan Balder BV, kan volgens Laigsingh niet slagen, aangezien [appellante] haar bestuurstaak niet onvervuld mag laten.
Vanaf 26 november 2008, de datum waarop de debiteurenportefeuille van Balder BV aan Laigsingh is overgedragen, tot aan 26 maart 2009, is geen sprake geweest van fraude door het verzenden van spookfacturen aan Laigsingh. Er was wel degelijk sprake van een deugdelijke boekhouding. [echtgenoot appelante] was in die periode de enige feitelijk werkzame persoon binnen de onderneming. Hij stelde [appellante] als bestuurder globaal op de hoogte van zijn feitelijk handelen binnen Balder BV.
Op een gegeven moment is [echtgenoot appelante] in contact gekomen met [echtgenoot bestuurder stichting] . [echtgenoot bestuurder stichting] heeft aan [echtgenoot appelante] meegedeeld dat hij plannen had om afspraken te maken met de crediteuren en de Belastingdienst en om het Zorgmagazine te verkopen teneinde het bedrijf te saneren. Het was [echtgenoot appelante] toen niet bekend dat [echtgenoot bestuurder stichting] optrad namens de Stichting Sanering Coevorden.
[echtgenoot appelante] deed ook na 26 maart 2009 - onder directeur [echtgenoot bestuurder stichting] - een groot deel van de sales. [echtgenoot appelante] gaf aan [echtgenoot bestuurder stichting] aan welke opdrachten er liepen. De normale gang van zaken binnen Balder BV was dat bij een verkoop voor het plaatsen van advertenties de bevestiging aan het desbetreffende bedrijf werd verzonden en dat daarna pas de factuur werd toegezonden. Klaarblijkelijk heeft [echtgenoot bestuurder stichting] te snel besloten om te bevestigen en te factureren. [echtgenoot appelante] had na 26 maart 2009 geen zicht meer op de betalingen en de facturering. Dit was volledig overgedragen aan [echtgenoot bestuurder stichting] . Het faillissement van Balder BV was op geen enkele wijze voor [appellante] te voorzien.
Pas op het moment dat zij als bestuurder door Laigsingh werd aangesproken, werd [appellante] voor het eerst duidelijk dat er spookfacturen zouden zijn opgemaakt binnen Balder BV. Hiervan wist zij niets en kon zij ook niets weten, aldus [appellante] .
Krachtens artikel 2:239 lid 1 BW is een bestuurder belast met het besturen van de vennootschap. Dit brengt mee dat een bestuurder de vennootschap daadwerkelijk dient te besturen en zijn bestuurstaak niet onvervuld mag laten. Indien een bestuurder de feitelijke leiding uit handen geeft aan een derde, dient hij behoorlijk toezicht te houden op het handelen van die derde.
Indien waar is dat [appellante] , zoals zij zelf stelt, het bestuur vanaf 26 maart 2009 feitelijk volledig aan [echtgenoot bestuurder stichting] heeft overgelaten, zonder zelf nog enig toezicht te houden op het reilen en zeilen binnen de onderneming, heeft zij daarmee geen deugdelijke invulling gegeven aan haar bestuurstaak. Indien zij behoorlijk toezicht zou hebben gehouden op het handelen van [echtgenoot bestuurder stichting] en de gang van zaken binnen de onderneming, zou zij op de hoogte zijn geweest van de malversaties. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat het ging om een kleine, overzichtelijke onderneming, zodat de gepleegde fraude jegens Laigsingh haar had kunnen en moeten opvallen. Het had vervolgens op de weg van [appellante] als bestuurder gelegen om adequate maatregelen te nemen teneinde verdere malversaties te voorkomen. Naar het oordeel van het hof heeft [appellante] door dit alles na te laten haar bestuurstaak ernstig verwaarloosd. Mitsdien is zij aansprakelijk voor de dientengevolge door Laigsingh geleden schade.
Slotsom