Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
De Amersfoortse,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
“in vogelvlucht”heeft gereageerd, blijkt echter wel dat [appellant] in de toelichting op de grieven 2, 3, 10, 11 en 13 aanvoert dat de rechtbank in rov. 4.8 van haar eindvonnis ten opzichte van hem het beginsel van hoor en wederhoor heeft geschonden door aan het pas bij conclusie van dupliek (als productie 33) overgelegde uittreksel uit het handelsregister, waarover hij zich niet had uitgelaten, de conclusie te verbinden dat [appellant] holding [de vennootschap] op 14 november 2002 uit de functie van gevolmachtigd directeur van [vennootschap 2] was getreden en dat [appellant] deze beëindiging van dit directeur-grootaandeelhouderschap bij zijn ziekmelding d.d. 12 november 2002 ten onrechte niet aan De Amersfoortse heeft gemeld.