Uitspraak
[appellante],
de curator,
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De verdere beoordeling
dinsdag 4 november 2014voor memorie van grieven aan de zijde van [appellante].
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure in hoger beroep staat de executie van een vonnis van de rechtbank Groningen centraal, waarbij de curator uitvoering wil geven aan het vonnis tegen appellante. Appellante heeft een bankgarantie gesteld die de vordering van de curator tot een bedrag van €9.500.000,- dekt en vordert schorsing van de tenuitvoerlegging totdat in de schadestaatprocedure definitief is beslist.
Het hof overweegt dat de curator in beginsel bevoegd is het vonnis uit te voeren ondanks het hoger beroep, tenzij het belang van appellante zwaarder weegt en de executie misbruik van bevoegdheid zou zijn. Het belang van appellante wordt onderbouwd met het restitutierisico en de zekerheid die de bankgarantie biedt, terwijl de curator stelt dat er geen nieuwe feiten zijn die schorsing rechtvaardigen en dat de bankgarantie onvoldoende zekerheid biedt.
Na beoordeling van de bankgaranties, kredietwaardigheid van ING Bank België N.V. en de toezegging van de curator om geen boedelschulden te voldoen voordat de hoofdzaak onherroepelijk is beslist, concludeert het hof dat het belang van appellante bij schorsing prevaleert. De executie wordt daarom geschorst voor zover de vordering het bedrag van de bankgarantie niet overschrijdt. De hoofdzaak wordt verwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: De executie van het vonnis wordt geschorst voor zover de vordering het bedrag van de bankgarantie van €9.500.000,- niet overschrijdt.