ECLI:NL:GHARL:2013:BZ5035
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over winstuitdeling bij verkoop bedrijfspand aan aandeelhouder en tijdstip heffing
Belanghebbende en haar broer, beiden aandeelhouders van een BV, verkochten een perceel grond aan zichzelf tegen een prijs die volgens de Inspecteur lager was dan de werkelijke waarde. De Inspecteur stelde dat het verschil een verkapte winstuitdeling betrof die in 2004 moest worden belast. De Rechtbank had de navorderingsaanslagen voor 2002 en 2003 grotendeels vernietigd en verminderd, en voor 2004 deels verminderd.
De Inspecteur stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de Rechtbank, waarbij het Hof oordeelde dat de koopovereenkomst in 2004 was gesloten en dat de werkelijke waarde van het perceel op dat moment aanzienlijk hoger was dan de koopsom. Hierdoor was sprake van een winstuitdeling aan de aandeelhouders. Belanghebbende slaagde er niet in de bewijslast te weerleggen, mede vanwege de omkering en verzwaring van de bewijslast volgens de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de Rechtbank voor de navorderingsaanslag 2004 en stelde het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang vast op € 454.583. Het hoger beroep van de Inspecteur voor 2002 en 2003 werd ongegrond verklaard, en het incidentele hoger beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Tevens werden de navorderingsaanslagen voor 2005 tot en met 2007 niet-ontvankelijk verklaard. De Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt gegrond verklaard voor 2004 met vermindering van de navorderingsaanslag en bevestiging van winstuitdeling; voor 2002 en 2003 wordt het ongegrond verklaard.