ECLI:NL:GHARL:2013:BZ2003
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid beroep en omkering bewijslast bij aanslag inkomstenbelasting 2005
Belanghebbende was het niet eens met de aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2005 en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet 2006. De Rechtbank had het beroep tegen de aanslag IB/PVV 2005 niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de Zorgverzekeringswet-aanslag ongegrond.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat zij de uitspraak op bezwaar niet had ontvangen, waardoor de beroepstermijn niet was gestart. Het Hof oordeelde dat de Inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat de uitspraak op bezwaar tijdig was verzonden, waardoor het beroep tegen de aanslag IB/PVV 2005 tijdig was ingediend. Daarom werd de niet-ontvankelijkverklaring van de Rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.
Ten aanzien van de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet 2006 oordeelde het Hof dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat zij aangifte had gedaan. De Inspecteur mocht daarom de bewijslast omkeren en het inkomen schatten op basis van betalingen van een vennootschap waarvan belanghebbende inkomsten had genoten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Het Hof gelastte tevens dat de Staat het betaalde griffierecht vergoedt. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 5 februari 2013 door een meervoudige kamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de aanslag IB/PVV 2005 wordt gegrond verklaard en terugverwezen, het beroep tegen de Zorgverzekeringswet-aanslag wordt ongegrond verklaard.