Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De procedure in eerste aanleg
2.De procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties.
Gerechtshof Amsterdam
Deze civiele zaak betreft een geschil tussen Dexia Nederland B.V. en een particuliere cliënt over effectenleaseovereenkomsten die via een tussenpersoon, EPB Advies B.V., tot stand kwamen. De kernvraag was of de tussenpersoon vergunningplichtig beleggingsadvies had gegeven en of Dexia hiervan op de hoogte was of had moeten zijn.
Het hof bevestigt dat de tussenpersoon gepersonaliseerd advies heeft gegeven zonder de vereiste vergunning, en dat Dexia dit wist of behoorde te weten. Dexia had de verplichting om de aard van de betrokkenheid van de tussenpersoon te onderzoeken en mocht de effectenleaseovereenkomst niet aangaan indien sprake was van vergunningplichtige advisering. Dexia heeft dit nagelaten, waardoor zij aansprakelijk is voor de volledige schade van de cliënt.
De verjaring van de vordering is door tijdige sommatie- en stuitingsbrieven door de cliënt correct gestuit. Dexia's beroep op verjaring en eigen schuld faalt. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt Dexia in de proceskosten van het hoger beroep. De schadevergoeding dient door partijen op basis van het arrest van de Hoge Raad van 3 februari 2017 te worden vastgesteld.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt Dexia tot volledige schadevergoeding wegens vergunningplichtige advisering door de tussenpersoon.