Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
13 maart 2025. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend en tevens incidenteel hoger beroep ingesteld.
2.Feiten
griffier: integrale kostensystematiek) van het Ministerie van Economische Zaken. Er zit geen winstopslag in de tarifering en het gaat om een sluitende begroting. Deze begroting wordt gedeeld met het Ministerie van Economische Zaken en het Ministerie van Defensie. Dan gaat het jaar lopen en kunnen afwijkingen van de begroting ontstaan vanwege de werkelijke omzet of kosten. Deze elementen leiden tot positieve of negatieve resultaten. Die komen dus voort uit een afwijking van de begroting. Belanghebbende heeft in ieder geval geen winststreven.
griffier: Subsidieregeling NLR) is afgeschaft, belanghebbende zelfstandig moet opereren. Als voorbeeld noem ik de financiering van nieuwbouw in 2016, deels door de overheid en deels door belanghebbende. Belanghebbende moet zo’n eigen bijdrage kunnen financieren. We streven niet naar winst. Uiteindelijk worden de overschotten gebruikt voor investeringen van belanghebbende. Een ander voorbeeld waarvoor de overschotten worden gebruikt is onderhoud van gebouwen. Voor de systematiek van omzet en kosten zijn er geen verschillen per typen onderzoek. (…)
Wet Vpb ik ontleen dat er ingeval van ‘bekostiging uit publieke middelen’ geen contractuele tegenprestatie mag zijn.
[bedrijf] . Wij hebben een paar voorbeelden aangedragen waaruit blijkt dat de uitleg van de rechtbank schuurt met doel en strekking van de vrijstelling, zoals het voorbeeld van de cateraar die is ingehuurd voor een bedrijfsfeest van een overheidslichaam. De catering wordt dan betaald uit publieke middelen maar niet bekostigd.”
3.Geschil in (incidenteel) hoger beroep
4.Overwegingen van de rechtbank
Juridisch kader belastingplicht artikel 2, eerste lid, aanhef en letter e, van de Wet Vpb
HR 29 juni 1955, ECLI:NL:HR:1955:AY2534 en HR 17 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB3485).
5.Beoordeling van het geschil
materieel [wordt] bereikt dat bijvoorbeeld (…) commercieel onderzoek van universiteiten en toegepaste onderzoeksinstellingen in beginsel buiten het toepassingsbereik van de vrijstelling vallen” (zie 5.5.2) slechts een aanwijzing hiervoor te lezen, maar niet de beperking dat uit publieke middelen bekostigd contractonderzoek waarbij een contractuele tegenprestatie bestaat van de vrijstelling wordt uitgesloten. Daarbij wijst het Hof er ook op dat de wetgever van een ‘in beginsel’ buiten toepassing blijven van de vrijstelling rept. De wetsgeschiedenis bevat evenmin aanknopingspunten voor de door de inspecteur bepleite interpretatie (zie 5.3.1) op grond van de Rijksbegrotingsvoorschriften 2016 en/of de in artikel 4:21 Awb Pro opgenomen definities. De wetsgeschiedenis bevat derhalve onvoldoende aanknopingspunten voor de door de inspecteur bepleite uitleg van de bewoordingen ‘bekostigd uit publieke middelen’, in afwijking van de hiervoor besproken grammaticale interpretatie van deze bewoordingen.
6.Kosten
7.Beslissing
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op
www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.