Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Tussen partijen vaststaande feiten
van € 13.254 is een belastbare winst uit onderneming van - € 7.697 aangegeven. Belanghebbende heeft ingevuld dat zij een onderneming voor eigen rekening/risico heeft, die ‘ [bedrijf 1] ’ heet met als activiteiten ‘ Yoga lerares ’. Het bedrag van de belastbare winst uit onderneming bestaat uitsluitend uit een omzet van € 203; er zijn geen kosten vermeld en op de balans staan geen bedrijfsmiddelen. De belastbare winst uit onderneming is op basis van de door belanghebbende opgegeven gegevens als volgt berekend:
- enkele onlineprofielen;
- 4 [bedrijf 10] -filmpjes van [bedrijf 1] ;
- een lijst van 12 yoga-sessies van [bedrijf 1] , en van
- de website [bedrijf 6] met daarop zelfgemaakt promotiemateriaal.
3.Geschil in hoger beroep
4.De uitspraak van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat eiseres hiermee niet aan haar bewijslast heeft voldaan om aannemelijk te maken dat sprake is van winst uit onderneming. De overgelegde bewijsstukken zijn onvoldoende om aan te kunnen nemen dat er sprake is van een onderneming en ondernemersrisico. Uit hetgeen eiseres heeft aangevoerd komt weliswaar naar voren dat zij deel wil nemen aan het economische verkeer met het oogmerk daarmee winst te behalen, maar naar het oordeel van de rechtbank kon met de door eiseres verrichte activiteiten het behalen van winst redelijkerwijs niet worden verwacht. De door eiseres verrichte activiteiten hebben in 2020 volgens de aangifte ib/pvv slechts een omzet van € 203 gegenereerd, en volgens de aangiften omzetbelasting van dat jaar € 467 aan omzet, zonder dat sprake is geweest van enige voor de onderneming gemaakte kosten. Eiseres heeft niet gesteld, laat staan aannemelijk gemaakt, dat enige investering in de onderneming is gedaan, heeft slechts marginale marketing activiteiten ondernomen en nagenoeg geen ondernemers- of debiteurenrisico gelopen. In 2021 en 2022 heeft eiseres helemaal geen omzet gegenereerd of winst gerealiseerd. In 2023 heeft zij weliswaar een inkomen genoten van € 5.487 uit werkzaamheden, maar dit wordt in haar aangifte aangemerkt als resultaat uit overige werkzaamheden en niet als winst uit onderneming. Dat in 2020 sprake was van een objectieve voordeelsverwachting is daarmee niet aannemelijk gemaakt.
5.Beoordeling van het geschil
6.Kosten
7.Beslissing
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.