ECLI:NL:GHAMS:2025:912
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vader niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen afwijzing verlenging ondertoezichtstelling kinderen
De zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen de afwijzing door de kinderrechter van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van zijn drie minderjarige kinderen. De ondertoezichtstelling was noodzakelijk vanwege ouderverstoting en ontwikkelingsbedreiging. De vader wenste verlenging en een opdracht aan de jeugdbescherming om ouderverstoting te beëindigen.
De kinderrechter had het verzoek tot verlenging afgewezen en de ondertoezichtstelling eindigde op 28 juni 2024. De vader kwam in hoger beroep, maar het hof stelde ambtshalve de ontvankelijkheid van het beroep ter discussie, verwijzend naar de vaste rechtspraak dat verlenging van een ondertoezichtstelling na het verstrijken van de termijn niet meer mogelijk is.
De moeder en de gezinsvoogd waren het eens met de afwijzing. De Raad voor de Kinderbescherming gaf aan dat de situatie complex is en de kinderen een keuze moeten maken tussen ouders, waarbij gedwongen omgang weerstand oproept. Het hof concludeerde dat de vader niet-ontvankelijk is omdat de ondertoezichtstelling is geëindigd en verlenging niet meer mogelijk is.
Daarmee werd het hoger beroep van de vader afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van zijn verzoeken. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 8 april 2025 door het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De vader is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de afwijzing van de verlenging van de ondertoezichtstelling.