Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
4.Beoordeling
(…)
€ 1.214,00(tarief II, 1 punt)
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft hoger beroep van Dexia Nederland B.V. tegen een vonnis van de kantonrechter Amsterdam over effectenleaseovereenkomsten die door de echtgenote van de afnemer zijn vernietigd op grond van artikel 1:88 en Pro 1:89 BW.
De kern van het geschil is of de verjaring van de vordering uit onverschuldigde betaling door de echtgenote tijdig is gestuit. Dexia betwist dat de gevolmachtigde Leaseproces bevoegd was om namens de echtgenote de verjaring te stuiten, mede op grond van artikel 3:71 BW Pro.
Het hof oordeelt dat de verjaringstermijn van vijf jaar is gestuit door brieven van Leaseproces uit 2012 en 2016, die ook zien op de echtgenote. Dexia heeft niet tijdig om bewijs van volmacht gevraagd, waardoor het beroep op artikel 3:71 BW Pro faalt. De vernietiging van de effectenleaseovereenkomsten blijft daarmee effectief en Dexia moet terugbetalen wat zij uit hoofde van deze overeenkomsten heeft ontvangen.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter, wijst het verjaringsverweer van Dexia af en veroordeelt Dexia in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vernietiging van de effectenleaseovereenkomsten en verwerpt het verjaringsverweer van Dexia.