ECLI:NL:GHAMS:2025:3252

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
200.345.365/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot afschrift van bescheiden in kort geding tussen SBK ART LLC en Fortenova Group

In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam op 25 november 2025 uitspraak gedaan in een kort geding tussen SBK ART LLC en Fortenova Group. SBK ART LLC, gevestigd in Moskou, vorderde afschrift van bescheiden op grond van artikel 843a Rv om te onderbouwen dat Fortenova onzorgvuldig en/of onrechtmatig heeft gehandeld bij de verkoop van Midco aan haar certificaathouder Open Pass. Het hof heeft de vordering afgewezen. SBK ART LLC was in hoger beroep gekomen van een vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam, die eerder de vorderingen van SBK had afgewezen. Het hof oordeelde dat SBK c.s. onvoldoende spoedeisend belang had bij de inzage in de gevraagde stukken, en dat de voorzieningenrechter terecht had geoordeeld dat de stem- en vergaderrechten van SBK c.s. bevroren zijn op grond van de sanctieregels. De vorderingen van SBK c.s. zijn afgewezen en het hof heeft het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd. SBK c.s. is veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.345.365/01
zaaknummer rechtbank Noord-Holland : C/13/734736 / KG ZA 23-478 EAM/LO
arrest in kort geding van de meervoudige burgerlijke kamer van 25 november 2025
inzake

1.SBK ART LLC,

gevestigd in Moskou (Rusland),
2.
[appellant],
wonend in [plaats] (Verenigde Arabische Emiraten),
appellanten,
advocaat: mr. E.J.H. Zandbergen te Amsterdam,
tegen

1.FORTENOVA GROUP STAK STICHTING,

2.
FORTENOVA GROUP TOPCO B.V.,
3.
FORTENOVA MIDCO B.V.,
4.
FORTENOVA GROUP HOLDCO B.V.,
advocaat: mr. J.W. de Groot te Amsterdam,
geïntimeerden.
Appellanten worden hierna afzonderlijk SBK en [appellant] en gezamenlijk SBK c.s. genoemd en geïntimeerden worden afzonderlijk STAK, TopCo, Midco en HoldCo en gezamenlijk Fortenova genoemd.

1.De zaak in het kort

1.1.
In dit kort geding vordert SBK c.s. afschrift van bescheiden om haar stelling te onderbouwen dat Fortenova bij de verkoop van Midco aan haar certificaathouder Open Pass jegens SBK c.s. onzorgvuldig en/of onrechtmatig heeft gehandeld.
1.2.
Het hof wijst de vordering af.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
SBK c.s. is bij dagvaardingsexploot van 25 juli 2023, hersteld bij herstelexploot van 19 augustus 2024, in hoger beroep gekomen van een vonnis van 27 juni 2023 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen SBK c.s. als eisers en Fortenova als gedaagde. Fortenova heeft op 23 augustus 2024 een anticipatie-exploot uitgebracht.
2.2.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven van SBK c.s., met producties;
- memorie van antwoord van Fortenova, met producties;
- akte overlegging producties van Fortenova, met producties 38 tot en met 42;
- akte overlegging aanvullende productie van Fortenova, met productie 43.
2.3.
Op 1 oktober 2025 heeft een mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. Aldaar is namens SBK c.s. gepleit door mrs. [naam 1] en [naam 2] en namens Fortnova door mrs. de Groot voornoemd en mr. [naam 3] . Daarbij zijn telkens spreekaantekeningen overgelegd. Tevens is akte verleend van het in het geding brengen van de producties 38 tot en met 43. Tot slot is arrest gevraagd.
2.4.
SBK c.s. heeft geconcludeerd dat het hof het vonnis zal vernietigen en – uitvoerbaar bij voorraad – haar gewijzigde vorderingen jegens Fortenova alsnog zal toewijzen, met veroordeling van Fortenova in de kosten van het geding in beide instanties en de nakosten, en met rente over de proceskosten;
2.5.
Fortenova heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het vonnis met veroordeling van SBK c.s. in de proceskosten en de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten.

3.Feiten

3.1.
De voorzieningenrechter heeft in het bestreden vonnis onder 2 de feiten opgesomd die hij tot uitgangspunt heeft genomen. In hoger beroep is niet in geschil dat de feiten juist zijn weergegeven, zodat ook het hof van deze feiten uitgaat. Voor zover voor de beoordeling in hoger beroep nog van belang, komen deze neer op het volgende.
3.2.
De Fortenova-groep is een groot Kroatisch levensmiddelenconcern met 47.000 werknemers en een Nederlandse holdingstructuur. De structuur van de groep is als volgt.
3.3.
De STAK heeft certificaten van aandelen in het kapitaal van TopCo uitgegeven aan certificaathouders, waaronder SBK, Open Pass Ltd en VTB Bank Europe SE.
3.4.
Het statutair bestuur van de STAK bestaat uit TMF Netherlands B.V., een trustbedrijf. Het statutair bestuur van TopCo, MidCo en HoldCo bestond uit TMF en [naam 4] , medewerker van TMF, en [naam 5] (hierna: [naam 5] ).
3.5.
[naam 5] was ook bestuurder en 10% (indirect) aandeelhouder van Open Pass.
3.6.
SBK was voorheen dochter van de Sberbank of Russia. SBK is opgericht als special purpose vehicle met als doel het houden van belangen van Sberbank in de Fortenova-groep.
3.7.
Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1270 van de Raad van 21 juli 2022 tot uitvoering van Verordening (EU) Nr. 269/2014 van de Raad van 17 maart 2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen, is Sberbank als de grootste bank van Rusland toegevoegd aan de in bijlage 1 bij Verordening (EU) Nr. 269/2014 opgenomen lijst van natuurlijke personen en rechtspersonen, entiteiten en lichamen die onderworpen zijn aan beperkende maatregelen.
3.8.
SBK is op 31 oktober 2022 overgenomen door [appellant] , door middel van een lening van de (eveneens gesanctioneerde) Russische Gazprombank.
3.9.
VTB Bank (Europe) SE (hierna: VTB) houdt 7,27% van de door de STAK uitgegeven certificaten van aandelen in het kapitaal van TopCo en is tevens onderworpen aan beperkende maatregelen uit hoofde van Verordening (EU) Nr. 269/2014.
3.10.
Open Pass Ltd (hierna: Open Pass) is de op een na grootste certificaathouder in de STAK. Zij is onderdeel van de Energia Naturalis Group die primair in Kroatië, maar ook in andere Zuidoost-Europese landen actief is in onder meer de energiesector en de voedingsindustrie.
3.11.
Op 16 december 2022, bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2476, is SBK op de EU sanctielijst geplaatst met als argument dat Sberbank nog steeds
effective controlover SBK uitoefent.
3.12.
Als gevolg van plaatsing op die lijst geldt dat alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan SBK worden bevroren en worden geen tegoeden of economische middelen aan haar ter beschikking gesteld, als bedoeld in artikel 2 van Verordening (EU) Nr. 269/2014.
3.13.
In een brief aan de certificaathouders en een persbericht van 26 april 2023 heeft Fortenova aangekondigd dat TopCo haar 100%-dochter MidCo met daaronder alle activiteiten van de Fortenova-groep wil verkopen, omdat dat nodig is voor de continuïteit van de onderneming, nu Fortenova moeilijkheden ervaart vanwege het feit dat haar certificaathouders SBK en VTB zijn gesanctioneerd. Fortenova stelt in de brief moeilijkheden te ervaren met het verkrijgen van een financiering en met handelspartners die vanwege de gesanctioneerde certificaathouders geen zaken meer met haar willen doen. Fortenova heeft medegedeeld de internationale investeringsbank Lazard Frères SAS (Lazard) te hebben ingeschakeld om het verkoopproces te begeleiden, en dat het uiteindelijke besluit over een mogelijke verkoop aan het bestuur van TopCo en de certificaathouders zal worden voorgelegd. Ook zijn de certificaathouders uitgenodigd om zelf alternatieven aan te dragen voor de wijze waarop het verkoopproces moet worden vormgegeven.
3.14.
Lazard heeft in het verkoopproces (‘Project Charm’ genoemd) vijftien partijen uitgenodigd om een indicatief bod uit te brengen op de aandelen MidCo. In deze fase is echter geen enkel acceptabel bod uitgebracht. Volgens een ‘
Investor outreach summary’ van Lazard zijn geïnteresseerde partijen afgehaakt omdat gesanctioneerde certificaathouders deel uitmaken van de kapitaalstructuur en vanwege het risico op juridische procedures, die mogelijk aanhangig zullen worden gemaakt door
‘certain shareholders’.
3.15.
Op 6 juni 2023 is [naam 5] afgetreden als bestuurder van TopCo, MidCo en HoldCo. [naam 5] heeft niet deelgenomen aan vergaderingen waarin besluiten zijn genomen over het verkoopproces.
3.16.
Het bestuur van TopCo is versterkt met twee onafhankelijke (Nederlandse) bestuurders, een advocaat en een notaris, voorheen werkzaam bij De Brauw Blackstone Westbroek, [naam 6] en [naam 7] .
3.17.
Bij brief van 10 juni 2023 heeft Fortenova aan haar certificaathouders bericht dat de eerste fase van Project Charm geen geïnteresseerde partij heeft opgeleverd, en dat alternatieve oplossingen worden onderzocht. Daartoe zal volgens de brief onder andere met de grootste niet-gesanctioneerde certificaathouder – Open Pass – worden gesproken.
3.18.
Op 16 oktober 2023 heeft Open Pass een
binding offeruitgebracht. Op 28 november 2023 heeft het bestuur van TopCo het besluit genomen de aandelen in MidCo aan Open Pass te verkopen voor een bedrag van € 500 miljoen te vermeerderen tot maximaal € 660 miljoen (hierna: de MidCo-sale). In certificaathoudersvergaderingen van 8 en 19 december 2023 is goedkeuring verleend voor het aangaan van de MidCo-sale. Voor de uitvoering van de transcactie is Iter BidCo B.V. opgericht met het doel de aandelen MidCo te kopen.
3.19.
Tussen partijen zijn diverse procedures gevoerd. In 2024 heeft Fortenova samen met onder meer Open Pass bij de rechtbank Amsterdam een bodemprocedure aanhangig gemaakt, waarin zij een verklaring voor recht vorderen (onder meer) dat de bestuursbesluiten tot het aangaan van de MidCo-sale en de besluiten van de certificaathoudersvergaderingen tot goedkeuring daarvan rechtsgeldig zijn en Fortenova door de uitvoering daarvan geen onrechtmatige daad pleegt jegens (onder meer) SBK c.s. Het is het hof ambtshalve bekend dat de rechtbank bij tussenvonnis van 15 oktober 2025 (ECLI:NL:RBAMS:2025:8366) in een door SBK c.s. opgeworpen bevoegdheidsincident zich bevoegd heeft verklaard en de zaak heeft verwezen naar de parkeerrol van 1 april 2026 in afwachting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie in Luxemburg (hierna: HvJEU) op de hierna onder 3.22 bedoelde prejudiciële vragen van de Hoge Raad
.
3.20.
Partijen hebben eerder een kort geding gevoerd over de vraag of – kort gezegd – het stemrecht van SBK op de certificaathoudersvergadering (in besluiten over de
corporate governance) onder het sanctierecht viel of niet.
3.21.
Het gerechtshof Amsterdam heeft in die procedure, bij arrest van 29 december 2022, geoordeeld dat de sanctieregels in de weg staan aan toelating van SBK tot een vergadering van certificaathouders van de STAK en uitoefening van de stemrechten verbonden aan haar certificaten. Het subsidiair door SBK gevorderde verbod om de
corporate governancevan de STAK te wijzigen en het verbod om een certificaathoudersvergadering bijeen te roepen heeft het hof eveneens afgewezen.
3.22.
Tegen het arrest van 29 december 2022 heeft SBK c.s. cassatie ingesteld. De Hoge Raad heeft vervolgens bij arrest van 21 juni 2024 (ECLI:NL:HR:2024:922) prejudiciële vragen gesteld aan het HvJEU over de uitleg van het begrip “bevriezing van tegoeden” in de zin van art. 1, aanhef en onder f, Verordening 269/2014.
3.23.
Op 25 september 2025 heeft de Advocaat-Generaal het HvJEU geadviseerd, kort gezegd, de door de Hoge Raad voorgelegde vragen aldus te beantwoorden, dat op grond van de sanctieregels zowel de vergader- als de stemrechten van gesanctioneerde certificaathouders bevroren zijn. De conclusie luidt onder meer als volgt:
“44. (…) dat het tijdelijke en omkeerbare aspect van de (sanctie)maatregel betrekking heeft op de bevriezing van de tegoeden zelf, en niet op de waarde van de bevroren goederen, die kan worden beïnvloed door tal van externe factoren, zoals (…) of interne factoren, zoals strategische of corporate governance keuzen. (…)
50: (…) dat in casu de rechten van de andere aandeelhouders die meer dan de helft van het kapitaal vertegenwoordigen onevenredig worden geschonden indien de meerderheids- en quorumregels niet zouden worden gewijzigd, aangezien de meerderheidsregels die SBK wenst te behouden, zijn vastgesteld met inachtneming van alle certificaten van aandelen, wat een blokkerend effect heeft. (…)
56: Als rekening wordt gehouden met de 41,82% van de door STAK uitgegeven certificaten van aandelen die SBK in handen heeft, kan er namelijk geen enkele beslissing meer worden genomen (…).
64: Al met al meen ik dat de bevriezing van tegoeden ruim moet worden uitgelegd en dat deze bijgevolg ook de bevriezing van stem- en vergaderrechten omvat. De uitzonderingen op deze algemene regel van bevriezing zijn uiteengezet in de artikelen 2bis en 4 tot en met 7 van verordening nr. 269/2014, en zijn hetzij direct van toepassing op bepaalde categorieën van rechten (bijvoorbeeld dividenden), hetzij via een besluit van de bevoegde autoriteit van de lidstaat op andere categorieën van rechten. De bevoegde autoriteit moet per geval beslissen. De keuze om stem- en vergaderrechten al dan niet te bevriezen berust dus niet bij de bestuurders van een vennootschap.”

4.Eerste aanleg

4.1.
SBK c.s. heeft in eerste aanleg onder meer (kort samengevat) gevorderd dat de voorzieningenrechter Fortenova verbiedt voorbereidende (rechts)handelingen te verrichten voor de verkoop van de aandelen MidCo en haar gebiedt SBK c.s. dezelfde informatie als Open Pass te verstrekken en/of SBK toe te laten tot de certificaathoudersvergaderingen en haar daar het woord te laten voeren en haar stemrecht uit te oefenen.
4.4.
De voorzieningenrechter heeft de vorderingen afgewezen en SBK c.s. in de proceskosten veroordeeld.

5.Beoordeling

5.1.
SBK c.s. heeft in hoger beroep vier grieven aangevoerd. Daarbij heeft zij haar vorderingen in verband met de inmiddels plaatsgevonden MidCo-sale aldus verminderd en gewijzigd dat zij uitsluitend nog afschrift van en/of inzage vordert in op het verkoopproces bij Lazard en de totstandkoming van de MidcoSale betrokken bescheiden.
Grieven 1 en 2, belang, aanhoudingsverzoek
5.2.
De grieven 1 en 2 klagen dat de voorzieningenrechter ten onrechte de (rechtsoordelen in de) eerdere arresten van dit hof tot uitgangspunt heeft genomen. Volgens SBK c.s. is de uitspraak van dit hof van 29 december 2022 vooralsnog succesvol bestreden nu de Hoge Raad prejudiciële vragen heeft gesteld. Volgens de grieven heeft de voorzieningenrechter ten onrechte geoordeeld dat SBK c.s. geen gebruik van haar vergader- en stemrechten mocht maken. Fortenova heeft in reactie op deze grieven onder meer betwist dat SBK c.s. bij een beoordeling daarvan belang heeft.
5.3.
Het hof overweegt als volgt. Anders dan Fortenova betoogt, heeft SBK c.s. reeds met het oog op de door de voorzieningenrechter uitgesproken proceskostenveroordeling voldoende belang bij beoordeling van deze grieven (HR 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:666, met verwijzingen). Het ter zitting door SBK c.s. gedane verzoek de zaak aan te houden totdat het HvJEU in de (hiervoor onder 3.22 en 3.23 bedoelde) prejudiciële procedure uitspraak heeft gedaan en partijen zich daarover hebben kunnen uitlaten, wijst het hof evenwel af. Het belang van de in dit geval betrekkelijk geringe proceskosten van de eerste aanleg is daartoe onvoldoende. SBK c.s. hebben verder onvoldoende toegelicht dat een uitspraak in kort geding van dit hof over de onder deze grieven verdedigde rechtsopvatting voor haar nog een nadelig precedent kan vormen na een eventueel andersluidende uitspraak van het HvJEU.
5.4.
De grieven 1 en 2 komen erop neer dat de afwijzing van de (thans ingetrokken) vorderingen berust op de volgens SBK c.s. onjuiste (in de door de voorzieningenrechter aangehaalde rechtspraak gevolgde) rechtsopvatting dat de stem- en vergaderrechten van certificaathouders die zijn opgenomen op de sanctielijst op grond van Verordening 269/2014, zijn bevroren.
5.5
Zoals hiervoor is vermeld, heeft dit hof in zijn onder 3.21 bedoelde uitspraak geoordeeld dat SBK c.s. zolang zij op de sanctielijst is geplaatst, haar stem- en vergaderrechten niet mag uitoefenen en heeft de Hoge Raad hierover vervolgens prejudiciële vragen gesteld. Inmiddels heeft de Advocaat-Generaal op 25 september 2025 zijn onder 3.23 genoemde conclusie genomen, waarin hij het HvJEU kort gezegd adviseert de vragen aldus te beantwoorden dat de stemrechten en vergaderrechten van gesanctioneerde (rechts)personen bevroren zijn. Tegen die achtergrond ziet het hof – recht doende in kort geding – geen aanleiding anders te oordelen dan het in zijn arrest van 29 december 2022 al heeft gedaan, te minder nu de daarin uitgesproken rechtsopvatting is bevestigd in de uitvoerig gemotiveerde conclusie van de AG in de prejudiciële procedure te Luxemburg. De grieven falen derhalve.
Grieven 3 en 4 Inzagevordering
5.6.
Voor zover SBK c.s. onder grief 3 aan het hof de vraag voorlegt of de voorzieningenrechter de in eerste aanleg ingestelde (ongewijzigde) inzagevordering al dan niet terecht heeft afgewezen, mist zij daarbij belang. Zoals hiervoor is overwogen, is het belang bij de beoordeling van de toewijsbaarheid van inmiddels ingetrokken of gewijzigde vorderingen uitsluitend gelegen in de beoordeling van de door de voorzieningenrechter uitgesproken proceskostenveroordeling. Hiervoor is echter al geoordeeld dat de grieven 1 en 2 falen, hetgeen betekent dat de voorzieningenrechter terecht het overgrote deel van de verbods- en gebodsvorderingen heeft afgewezen. Bij die stand van zaken kan een eventueel andersluidend oordeel van dit hof over de toewijsbaarheid van de in eerste aanleg ingestelde (betrekkelijk ondergeschikte) inzagevordering er niet toe leiden dat het hof de door de voorzieningenrechter uitgesproken proceskostenveroordeling vernietigt. Ook als grief 3 in zoverre zou slagen, heeft SBK c.s. immers als de in eerste aanleg grotendeels in het ongelijk gestelde partij te gelden.
5.7.
Voor zover de grieven 3 en 4 ertoe strekken dat het hof de hieronder weergegeven, in hoger beroep gewijzigde, inzagevordering toewijst, overweegt het hof als volgt.
5.8.
SBK c.s. vordert afschrift van (1) de bescheiden die Fortenova aan Open Pass, althans andere certificaathouders met een belang van tenminste 25% heeft verstrekt en van de door SBK op grond van 23.4 van de administratievoorwaarden gevraagde informatie. Daarnaast vordert zij (2) meer specifiek afschrift van:
( i) de aan potentiële kopers verstrekte presentatie, financieel model en sanctiememo van
Akin Gump;
(ii) de lijst van de vijftien potentiële kopers die zijn benaderd voor interesse voor de Verkoop
zoals genoemd in de Update Lazard d.d. 9 juni 2023 — Outcome Phase I Project Charm;
(iii) de Attendance list (annex i bij de notulen van de bestuursvergadering van TopCo van
2 juni 2023);
(iv) het Decision Making Process Schedule (annex 4 bij de notulen van de bestuursvergadering van TopCo 2 juni 2023);
( v) de Attendance List (annex i bij de notulen van de bestuursvergadering van TopCo van
25 april 2023);
(vi) het besluit van Grupa om Open Pass te vragen om te investeren in certificaten (annex
3 bij de notulen van de bestuursvergadering van TopCo van 25 april 2023);
(vii) het onderzoek van Grupa naar mogelijkheden voor herfinanciering (annex 4 bij de notulen van de bestuursvergadering van TopCo van 25 april 2023);
(viii) de adviezen van ingeschakelde deskundigen ("various advisors") inzake herfinanciering
zoals vermeld in de notulen van de bestuursvergadering van TopCo van 25 april
2023;
(ix) het besluit van Grupa dat de beste optie is een "value discovery exercise, i.e. a reach
out to interested third-party investors through a renowed global investment bank" waarbij Lazard zal worden benoemd (annex 8 bij de notulen van de bestuursvergadering van TopCo van 25 april 2023);
( x) voor zover aan Open Pass is verstrekt, de "two slide decks to an update about Project
Charm" inclusief de bijbehorende "annexes circulated by the Fortenova Grupa prior tothe Management Board meeting" (annex 3 bij de notulen van de bestuursvergadering
van het bestuur van TopCo van 2 juni 2023);
(xi) voor zover aan Open Pass is verstrekt, de door Fortenova ontvangen biedingen inclusief
de begeleidende e-mails.
5.9.
Met deze gevorderde (afschriften van) stukken wenst SBK c.s. met het oog op de thans aanhangige verklaring voor recht-procedure nader te onderzoeken of Fortenova daadwerkelijk zorgvuldig heeft gehandeld rondom het Lazard-verkoopproces, geen misbruik van recht heeft gepleegd en niet onnodig tot wijziging van corperate governance en verkoop van Midco is overgegaan. Volgens SBK c.s. dient zij zich in de bodemzaken op documenten te kunnen beroepen waaruit het tegendeel kan blijken.
5.10.
Het hof overweegt over de toewijsbaarheid van deze vorderingen als volgt. Voor zover SBK c.s. haar bij memorie van grieven ingestelde (gewijzigde) inzagevordering baseert op art. 23.4 van de administratievoorwaarden, ontbreekt daartoe een rechtsgrond. Tussen partijen is niet in geschil dat het bewuste artikel 23 lid 4 van de administratievoorwaarden in juni 2024 is gewijzigd, dus vóórdat SBK in oktober 2024 aanspraak is gaan maken op de in hoger beroep gevorderde informatie. Tussen partijen is ook niet in geschil dat de nieuwe bepaling aan SBK geen grondslag (meer) biedt voor het verstrekken van die informatie. SBK heeft ook niet toegelicht dat, en waarom, haar vordering toch kan worden gebaseerd op het toen al niet meer geldende artikel 23 lid 4. Bij die stand van zaken kan artikel 23 lid 4 (oud) van de administratievoorwaarden niet dienen als grondslag voor toewijzing van SBK’s vordering.
5.11.
Daarmee komt het erop aan of SBK c.s. aan de wet recht op afschrift en/of inzage in de verlangde gegevens kan ontlenen.
5.12.
Het hof stelt voorop dat op deze zaak het (bewijs)recht van toepassing is zoals dat gold vóór de inwerkingtreding op 1 januari 2025 van de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht. Op grond van het aldus op deze zaak nog toepasselijke art. 843a (oud) Rv (hierna: art. 843a Rv) kan hij die daarbij rechtmatig belang heeft, inzage, afschrift of uittreksel vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij partij is van degene die deze bescheiden te zijner beschikking heeft (lid 1). Degene die de bescheiden onder zich heeft, is niet gehouden inzage of afschrift te verstrekken indien daarvoor gewichtige redenen zijn, alsmede indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd (lid 4). Voor in kort geding ingestelde inzagevorderingen geldt als voor iedere voorziening in kort geding, dat de eisende partij bij toewijzing spoedeisend belang dient te hebben.
5.13.
De door SBK c.s. gegeven toelichting op de inzagevordering toont haar (spoedeisend en rechtmatig) belang bij toewijzing ervan onvoldoende aan. Zij vordert inzage primair om zich te verweren in de bodemprocedure waarin Fortenova als eiseres een (negatieve) verklaring voor recht heeft gevorderd, kort gezegd, dat de besluiten om goedkeuring te verlenen voor het aangaan van de MidcoSale rechtsgeldig zijn en Fortenova met de uitvoering van die besluiten niet onrechtmatig jegens SBK c.s. handelt. SBK c.s. heeft onvoldoende toegelicht dat zij reeds nu (spoedeisend en rechtmatig) belang heeft bij afschrift en inzage in de verlangde stukken. De inleidende dagvaarding in de bodemprocedure telt 145 bladzijden, verwijst naar 137 bijgevoegde producties en bevat een gedetailleerde tijdlijn van gebeurtenissen die 19 bladzijden beslaat. Ervan uitgaande dat – zoals ter zitting door beide partijen naar voren werd gebracht – de stelplicht en bewijslast in de verklaring voor recht-procedure geheel op Fortenova rusten, mag van Fortenova worden verwacht dan dat zij haar stellingen toelicht aan de hand van alle relevante gegevens die zich in haar domein bevinden. Indien SBK c.s. voor de betwisting van de stellingen van Fortenova aangewezen is op (voldoende bepaalde) stukken waarvan Fortenova inzage weigert, kan haar betwisting niet zonder meer als onvoldoende gemotiveerd worden gepasseerd. Zonodig kan SBK c.s. in de verklaring voor recht procedure alsnog een meer gerichte incidentele inzagevordering instellen. Voor zover informatie in het kader van een op art. 843a Rv gebaseerde vordering thans nog te onbepaald is – bijvoorbeeld omdat niet om een concreet zich bij Fortenova bevindend stuk wordt gevraagd – beschikt de rechter in de bodemzaak ook over de mogelijkheid om op grond van art. 22 Rv Fortenova te bevelen de voor de beslissing relevante informatie te vertrekken. Dat spoedeisendheid bij haar inzagevordering ontbreekt, wordt nog bevestigd door het hiervoor (5.3) besproken verzoek van SBK c.s. de beslissing in dit kort geding aan te houden totdat het HvJEU in de prejudiciële procedure uitspraak heeft gedaan en partijen zich over de gevolgen daarvan hebben uitgelaten.
5.14.
Ten overvloede voegt het hof hieraan toe dat Fortenova onvoldoende weersproken heeft aangevoerd dat een aanzienlijk deel van de verlangde bescheiden (deelvorderingen 2. i, ii, ix, x, xi) gelet op de betrokken beursgenoteerde partijen een sterk vertrouwelijk karakter hebben. Het hof acht dit ook aannemelijk. Geen van partijen heeft concrete voorstellen gedaan hoe afschrift of inzage zou kunnen worden verleend op een wijze waarmee die vertrouwelijkheid zou kunnen worden gewaarborgd, zodat het er in dit kort geding voor moet worden gehouden dat die mogelijkheid ontbreekt en gewichtige redenen zich tegen het verstrekken van afschrift of het geven van inzage verzetten. Verder is het hof voorshands van oordeel dat enkele vorderingen onvoldoende bepaald zijn (1, 2. viii) en dat het rechtmatig belang bij de resterende deelvorderingen onvoldoende is komen vast te staan, gelet op de gemotiveerde stellingname van Fortenova dat SBK c.s. al grotendeels over de desbetreffende informatie beschikt of de inhoud bij haar bekend is (2. iii t/m vii). Ook dit alles staat in dit kort geding aan toewijzing in de weg.
5.15.
De in hoger beroep gewijzigde vordering van SBK c.s. tot afschrift en/of inzage zal daarom worden afgewezen. De grieven 3 en 4 falen derhalve.
Slotoverweging en proceskosten
5.16.
De slotsom is dat in het principaal hoger beroep de grieven 1 tot en met 4 falen. Het tussen partijen gewezen vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd.
5.17.
SBK c.s. is de (overwegend) in het ongelijk gestelde partij en zal worden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
5.18.
Het hof stelt de door SBK c.s. aan Fortenova te betalen proceskosten aldus vast:
voor het hoger beroep:
- griffierecht € 798,-
- salaris advocaat
€ 2.428,-(2 punt x tarief II)
totaal € 3.226,-.

6.Beslissing

Het hof:
6.1.
bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis waarvan beroep;
6.2.
veroordeelt SBK c.s. in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Fortenova vastgesteld op € 3.226, alsmede € 178,- aan nasalaris, te verhogen met € 92,- indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden, een en ander vermeerderd met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na vandaag, respectievelijk, wat het bedrag van € 92,- betreft, na de datum van betekening;
6.3.
verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
6.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.M. van den Berg, B.J. Lenselink en A. van Hees en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 25 november 2025.