Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
3. De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
6. de stichting
de vennootschap naar buitenlands recht
8.
[eiser 8],
verwerende partijen in het incident,
2.
[gedaagde 2],
3.
[gedaagde 3],
gedaagde partijen in de hoofdzaak,
eisende partijen in het incident.
1.De zaak in het kort
De zaak zal pas verder worden behandeld nadat het Hof van Justitie van de EU (HvJ EU) een uitspraak heeft gedaan over vragen die de Hoge Raad heeft gesteld in een andere zaak tussen partijen.
2.De procedure
- het antwoord van Fortenova c.s. op de exceptie van onbevoegdheid, met producties,
- de rolbeslissing van 26 maart 2025, waarin een mondelinge behandeling in het incident is bepaald,
3.De feiten
settlement planovereengekomen. Hierbij heeft een herstructurering en doorstart van de groep plaatsgevonden en zijn o.a. de vorderingen van Agrokor omgezet in kapitaal. De Fortenova-groep is ontstaan als gevolg van deze herstructurering. Schuldeisers verkregen, via Stichting, certificaten van aandelen (
depositary receipts, afgekortDRs) en converteerbare obligaties (
convertible bonds, afgekortCBs) uitgegeven door TopCo.
has been engaged with the assignment of conducting a sales process for potentially 100% of the shares in MidCo and will shortly start reaching out to potential third party investors in connection with that process. Any final decision on the sale of MidCo will be subject to a decision of the TopCo board and a vote of the DR Holders of Fortenova STAK.”
binding offeruitgebracht. Op 28 november 2023 heeft het bestuur van TopCo in een te Amsterdam gehouden bestuursvergadering unaniem goedkeuring gegeven voor de MidCo Sale.
4.Het geschil in de hoofdzaak
5.Het geschil in incident
Daarnaast is de rechtbank onbevoegd om kennis te nemen van de overige vorderingen van eisers, althans dient de rechtbank zijn uitspraak inzake die overige vorderingen aan te houden tot de bevoegdheid van de Maltese rechter in de Maltese procedure komt vast te staan, met veroordeling van eisers in de kosten.
6.De beoordeling
“de geldigheid van een besluit van een orgaan van een vennootschap … op grond van het toepasselijke vennootschapsrecht of de statutaire bepalingen betreffende de werking van haar organen”.
De rechtbank verwerpt daarmee het verweer van SBK c.s. dat Iter Bidco c.s. (thans Group c.s.), Open Pass en [eiser 8] geen Besluiten-Verklaring hebben gevorderd, zodat ten aanzien van hen geen samenhang tussen de gevorderde Besluit-Verklaring en de OD-Vorderingen zou kunnen worden aangenomen.
“op enigerlei wijze verband houdt met een besluit van een orgaan van een vennootschap”.Dat zou immers zoals het HvJ EU heeft beslist niet voldoende zijn om voor die vorderingen bevoegdheid op grond van art. 24 Brussel I bis aan te nemen. Daarvoor is nodig dat de beoordeling van de vorderingen in wezen de beoordeling van de geldigheid van een besluit van een orgaan van een vennootschap betreft. Dat is hier het geval. De beoordeling van de Midco-sale kan niet los kan worden gezien van de (rechts)handelingen die de in de vorderingen iii-vii genoemde betrokkenen hebben verricht bij de voorbereiding van dan wel het faciliteren van de Midco-Sale of van hun rol in de Midco-sale zelf. Anderzijds kan de vraag of die handelingen van BidCo c.s., Open Pass en [eiser 8] zoals bedoeld in de vorderingen iii-vii onrechtmatig zijn niet los worden gezien van de vraag of het besluit om over te gaan tot de Midco-sale zelf geldig was in de zin van vordering i. Uitgangspunt is ook hier dat de voorbereiding, het faciliteren of het deelnemen aan de uitvoering van een geldig besluit niet onrechtmatig is en dat dat alleen in zeer bijzondere omstandigheden anders kunnen zijn. Dergelijke omstandigheden zijn tot op heden niet gesteld of gebleken.
Sworn Applicationop 4 augustus 2023 tot op heden ongewijzigd is gebleven. Dit is ruim voordat de besluiten voor de MidCo Sale zijn genomen, laat staan de transactie is uitgevoerd.
De rechtbank acht het vooralsnog niet nodig dat met voortprocederen wordt gewacht tot ook de beslissing van de Hoge Raad naar aanleiding van het arrest van het HvJ EU is gewezen. De beslissing van de Hoge Raad zal naar verwachting niet lang na het arrest van het HvJ EU volgen, zodat het arrest van de Hoge Raad zal kunnen worden betrokken bij de mondelinge behandeling van de hoofdzaak.
7.Beslissing
1 april 2026in afwachting van de onder 6.31 bedoelde uitspraak van het HvJ EU,