Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
4.Eerste aanleg
5.Beoordeling
€ 10.716(tarief V, 3 punten)
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een geschil tussen appellant en geïntimeerde over onrechtmatige uitlatingen in een e-mail van 7 november 2017, waarin appellant werd beschuldigd van strafbare feiten. De rechtbank verklaarde deze uitlatingen onrechtmatig en kende €500 immateriële schadevergoeding toe, maar wees rectificatie en overige vorderingen af. In hoger beroep vordert appellant rectificatie, een hogere schadevergoeding, vergoeding van tuchtprocedurekosten en reële proceskosten.
Het hof bevestigt dat de uitlatingen onrechtmatig zijn en oordeelt dat appellant belang heeft bij rectificatie ondanks het tijdsverloop, omdat de geadresseerden een beperkte kring van bekenden vormen. De rectificatie wordt opgelegd met een neutrale tekst. De vorderingen tot vergoeding van tuchtprocedurekosten en reële proceskosten worden afgewezen, evenals een hogere immateriële schadevergoeding dan €500.
Het hof vernietigt het vonnis voor zover rectificatie werd afgewezen en bekrachtigt het overige. Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van hoger beroep. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt veroordeeld tot rectificatie binnen veertien dagen en betaling van €500 immateriële schadevergoeding; overige vorderingen worden afgewezen.